Code beschermt identiteit politiemensen - LegalWorld - Jura - Wolters Kluwer

Code beschermt identiteit politiemensen



De identiteit van de leden van de Directie Speciale Eenheden van de federale politie (CDU) en van politiemensen die onderzoek doen naar zware en georganiseerde criminaliteit wordt voortaan afgeschermd door een code. De wetgever wil hiermee hun anonimiteit garanderen en vermijden dat ze slachtoffer worden van wraakacties. De maatregel maakt deel uit van de vierde potpourri-wet. Die creëert de nodige basis in het wetboek van strafvordering.


Laure Lemmens


Leden CDU

De identiteit van de leden van de CDU wordt beschermd met een code in het kader van de uitvoering van de opdrachten en interventies die hen bij wet zijn toegekend. Het is aan de leidinggevende officier om die code toe te kennen. Niets verbiedt hem daarbij om de code om veiligheidsredenen te wijzigen naargelang de opdracht.

De regeling geldt niet alleen voor operationele personeelsleden, maar ook voor het administratief en logistiek personeel (zoals het personeel dat belast is met telefoontaps en telefoontranscripties of personeel dat helpt met vertalingen en archiveringen). De wet garandeert de volledige anonimiteit voor ieder van hen. Met inbegrip van de visuele en auditieve bescherming bij contacten met verdachten bijvoorbeeld tijdens een hoorzitting, een reconstructie, een getuigenis,… Het statuut wordt hen van rechtswege toegekend, zonder voorafgaandelijke beoordeling van een magistraat.


Onderzoekers zware criminaliteit

■ Ook Calog

Ook de identiteit van politiemensen die onderzoek doen naar of interveniëren bij bijzonder zware misdrijven wordt beschermd met een code. En die bepaling wordt erg ruim geïnterpreteerd. Niet alleen operationele politieambtenaren komen in aanmerking, maar ook Calog-personeel dat wordt ingezet omdat ze beschikken over een specifieke expertise zoals islamologen, boekhouders en ICT-specialisten.

■ OGP aan zet

De code wordt toegekend door de officier van gerechtelijke politie (OGP) die het onderzoek leidt. De code geld voor de duur van dat onderzoek en tijdens een eventuele getuigenis ter zitting. Voor elk onderzoek waarbij een procedurele afscherming wordt georganiseerd, zal in principe aan éénzelfde onderzoeker telkens een andere code worden toegekend. Dat moet vermijden dat een systematische toekenning van dezelfde code op termijn eenvoudig te traceren is door het criminele milieu.

■ Bovenop huidige beschermingsvormen

De code komt bovenop de huidige beschermingsvormen in het Wetboek van Strafvordering. Politieambtenaren genieten bijvoorbeeld in het raam van hun professionele activiteiten een recht op afscherming van hun persoonlijk adres (art. 75ter Sv.). Maar die afscherming is ontoereikend voor terroristische groeperingen of criminele organisaties die via intimidatie, bedreiging of geweld de onderzoeker viseren. Dat geld ook voor andere bestaande beschermingsmaatregelen zoals de gedeeltelijk anonieme getuige (art. 75bis Sv.).

■ Strikte voorwaarden

Toch gelden een aantal strikte regels voor de toekenning van de code. Ten eerste moet blijken dat de beschermingsmaatregelen uit art. 75ter Sv. niet volstaat om de bescherming van het betrokken personeelslid te garanderen. Bovendien moeten er ernstige aanwijzingen bestaan dat de feiten waarop het onderzoek of de interventie betrekking hebben, één van volgende misdrijven uitmaken:

- een terroristisch misdrijf;

- bendevorming met het oogmerk misdaden te plegen die gepaard gaan met minstens 10 tot 15 jaar opsluiting, of een criminele organisatie indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de vereniging of de organisatie gebruik maakt van intimidatie, geweld of bedreiging;

- bendevorming indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de vereniging gebruik maakt van intimidatie, geweld of bedreiging om de misdrijven in art. 90ter § 2 Sv. te plegen (waardoor telefoontap mogelijk wordt).


Identiteit

De wetgever geeft een omschrijving van het begrip ‘identiteit’. Het gaat om ‘alle gegevens of handelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot de identificatie van een lid van de politiediensten kan leiden’. De parlementaire stukken leren ons dat het de persoonsgegevens van de betrokkene betreft, onder meer naam, voornaam, datum, dienstadres, …


Register

De identiteit en de codes worden door de leidinggevende officier onverwijld opgetekend in een vertrouwelijk register en bewaar binnen de dienst. Alleen de procureur des Konings of de onderzoeksrechter kan kennisnemen van de volledige identiteit van een lid van de politie waaraan een code is gelinkt in het kader van een gerechtelijk onderzoek of een opsporingsonderzoek. Dat geldt ook voor de federale procureur. Geen systematische mededeling dus.


Processen-verbaal

De identiteit van de personeelsleden die onder code handelen, mag niet vermeld worden in een proces-verbaal van politie (ongeacht de dienst die het opstelt). Dat verbod geldt voor eender welk pv. Dus zowel de pc’s die zouden kunnen worden opgesteld naar aanleiding van de opdrachten, onderzoeken of interventies als de pv’s die in het kader van andere dossiers worden opgesteld.

Ook het Vast Comité P moet in het kader van haar onderzoeken en rapporten te nodige maatregelen nemen om de identiteit van de code-leden te beschermen.


Identiteit onthuld

De identiteit van code-leden wordt alleen onthuld wanneer er tegen hem gerechtelijke procedures zijn ingesteld. Dus wanneer hij door het openbaar ministerie wordt gedagvaard als beklaagde, of na verwijzing, internering of opschorting van de uitspraak door een onderzoeksgerecht ten laste van het betrokken politiepersoneelslid.


Sancties

Wordt de identiteit onrechtmatig onthuld, dan gelden strenge straffen. Overtreders riskeren een gevangenisstraf van 1 tot 2 jaar en een geldboete van 300 tot 3.000 euro (of één van deze straffen). Dezelfde straf is van toepassing wanneer iemand zich onrechtmatig toegang verschaft tot het vertrouwelijke register.


9 januari 2017


Dit onderdeel van potpourri IV bevat geen specifieke datum van inwerkingtreding. De bepalingen worden dus volgens de algemene regel van kracht, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dat is 9 januari 2017.

Bron:Wet van 25 december 2016 tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 30 december 2016. (art. 3-17 Potpourri IV)



Rechtstak: Burgerlijk recht Strafrecht

Potpourri IV Politie Anonimiteit Bescherming Code