Minnelijke schikking in strafzaken wordt fors uitgebreid - LegalWorld - Jura - Wolters Kluwer

Minnelijke schikking in strafzaken wordt fors uitgebreid


Met de wet houdende diverse bepalingen van 14 april 2011 (en de inmiddels in de Senaat en de Kamercommissie Justitie goegekeurde reparatie) wordt het toepassingsgebied van artikel 216bis van het wetboek van strafvordering verruimd. De bepaling voorziet in de mogelijkheid om, mits het aangaan van een minnelijke schikking, een verval van de strafvordering te krijgen. De regeling is in het bijzonder relevant voor fiscale misdrijven. (De Juristenkrant)

Willy Huber

Als de procureur des Konings enkel een geldboete of een geldboete met verbeurdverklaring vorderde voor een misdrijf dat met een geldboete, met een gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar of met die beide straffen strafbaar is, kon hij in de bestaande regeling de verdachte voorstellen een bepaalde geldsom te storten, waardoor de strafvordering verviel. Als hij een gevangenisstraf of een bijkomende straf zoals het beroepsverbod vorderde, was de minnelijke schikking uitgesloten. De nieuwe wet breidt de mogelijkheid tot minnelijke schikking nu uit tot alle overtredingen, wanbedrijven en correctionaliseerbare misdaden. De uitbreiding beoogt voornamelijk de minnelijke schikking mogelijk te maken voor valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken, witwassen en criminele organisatie, aangezien die vaak mee in aanmerking worden genomen in fiscale fraudedossiers en het de bedoeling is dergelijke dossiers te kunnen afhandelen met een minnelijke schikking.
Door de wet wordt de minnelijke schikking ook mogelijk wanneer een onderzoeksrechter is gevorderd of wanneer de zaak al bij de rechtbank of het hof aanhangig is gemaakt, voor zover er nog geen in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest is. In de bestaande regeling was dat in die fasen niet meer mogelijk.
Uit de voorbereidende werken blijkt dat vooral de onmogelijkheid tot het aangaan van een minnelijke schikking wanneer een onderzoeksrechter is gevorderd, als een ongewenste procedurele beperking werd aangevoeld. Volgens de wet verhinderen het vorderen van dwangmaatregelen zoals een huiszoeking of een aanhoudingsbevel de mogelijkheid tot minnelijke schikking dus niet langer. Daarbij werd de autonomie in het vervolgingsbeleid van de procureur des Konings benadrukt. De totstandkoming van de wetswijziging had wat voeten in de aarde, omdat die - volgens sommigen op slinkse wijze - in de wet houdende diverse bepalingen was opgenomen, waardoor er geen grondig debat in de Commissie Justitie van de Kamer over was. De Senaat evoceerde het voorstel, waarna dat debat er toch kwam.

Procedure
Het initiatief tot een minnelijke schikking gaat ook in de nieuwe regeling uit van de procureur des Konings (of van de procureur-generaal in graad van hoger beroep). Wanneer een gerechtelijk onderzoek is geopend, zal de procureur des Konings zich in de nieuwe regeling het strafdossier laten meedelen door de onderzoeksrechter. Die laatste kan een advies geven over de stand van het onderzoek. Op vraag van de verdachte, de in verdenking gestelde of de beklaagde, verleent de procureur des Koning hem en het slachtoffer inzage in het strafdossier.
De procureur des Konings roept de verdachte, de in verdenking gestelde of beklaagde en het slachtoffer op om hen zijn voornemen tot minnelijke schikking toe te lichten. Hij bepaalt het bedrag, de kosten en de goederen of vermogensbestanddelen waarvan afgifte moet worden gedaan. Hij bepaalt ook de termijn waarbinnen de verdachte, de in verdenking gestelde of de beklaagde en het slachtoffer tot een akkoord kunnen komen over de omvang van de schade en de regeling van de schadevergoeding.
Als de betrokkenen tot een akkoord komen, melden zij dat aan de procureur des Konings, die het akkoord acteert in een proces-verbaal. Specifiek voor fiscale en sociale misdrijven is een minnelijke schikking slechts mogelijk na betaling van de ontdoken belastingen of sociale bijdragen, met inbegrip van de interesten en middels het akkoord van de fiscale en sociale administraties.
Als een minnelijke schikking is gesloten in een zaak die al aanhangig was bij een rechtbank of hof, geven de procureur des Konings of de procureur-generaal daarvan kennis aan de rechtbank of het hof. Op vordering van de procureur des Konings of de procureur-generaal stelt de bevoegde rechter vervolgens het verval van de strafvordering vast.
Als het voorstel tot minnelijke schikking niet wordt aanvaard, kunnen de in dat kader opgemaakt stukken en gedane mededelingen niet tegen de verdachte, de in verdenking gestelde of de beklaagde worden aangewend in enige strafrechtelijke, burgerrechtelijke of andere procedure. Het verval van de strafvordering tegen de dader doet geen afbreuk aan de strafvervolging tegen de overige daders, mededaders of medeplichtigen, evenmin als aan de vorderingen van het slachtoffer tegen hen.
De te betalen geldsom mag niet meer bedragen dan het maximum van de bij wet bepaalde geldboete. Het bedrag moet in verhouding staan tot de zwaarte van het misdrijf. Kosten van analyse of deskundig onderzoek kunnen bijkomend ten laste worden gelegd van de verdachte. De procureur des Konings kan de verdachte vragen afgifte te doen van de zaken die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring.

Bankgeheim
Als politieke pasmunt voor deze wetswijziging werd ook het bankgeheim inzake inkomstenbelastingen in de wet houdende diverse bepalingen versoepeld. Vanaf 1 juli 2011 mag de fiscus aan een bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling inlichtingen vragen over de rekeningen van een belastingplichtige, zodra er aanwijzingen zijn van belastingontduiking, of als hij van plan is om een indiciaire aanslag te vestigen. Er is wel toestemming nodig van een gewestelijk directeur van de belastingen. De belastingplichtige moet eerst de kans krijgen om te antwoorden op de ‘vraag om inlichtingen’ van de fiscus. Bovendien komt er bij de Nationale Bank van België een ‘centraal aanspreekpunt’ waarin de fiscus kan nagaan bij welke financiële instellingen een belastingplichtige rekeningen heeft. En er wordt ook een uitzondering op het bankgeheim ingevoerd om de uitwisseling van bankgegevens met andere landen mogelijk te maken.

(De auteur is advocaat)

Wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen, B.S. 6 mei 2011; Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 216bis en 216ter van het Wetboek van Strafvordering en van artikel 7 van de Wet van 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek, Parl. St. Kamer 2010-2011, nr. 53-1344

Hier vindt u meer informatie over De Juristenkrant



Rechtstak: Strafrecht Fiscaal recht

Minnelijke schikking Strafzaa Fiscaal misdrijf Afkoopwet