Ook aandeelhouders kunnen scheiden - LegalWorld - Jura - Wolters Kluwer

Ook aandeelhouders kunnen scheiden


Aandeelhouders die zich verenigen in een vennootschap, dat kun je beschouwen als een zakelijk huwelijk. Als het fout gaat, dan kan de echtscheiding aangevraagd worden. Maar bij zo’n gedwongen uitsluiting of uittreding is de strategie cruciaal, benadrukt Geert Lenssens – advocaat en plaatsvervangend rechter in de rechtbank van koophandel.

Bieke Cauwenberghs

Aandeelhouders-kunnen-scheiden

























“Tot een twintigtal jaar geleden was er in de wet geen oplossing voor aandeelhouders die uit elkaar wilden gaan”, schetst Lenssens de context. “Er was enkel een gedwongen gerechtelijke ontbinding mogelijk, maar dat was allesbehalve een goede oplossing want het betekende de doodsteek voor de onderneming zelf. Onder invloed van het buitenland – België hinkt op dat vlak altijd wat achterop – kwam er een wet die gedwongen uitsluiting en uittreding mogelijk maakt. Een aandeelhouder kan dus zeggen dat hij eruit wil, of dat hij alle aandelen wil kopen. Met slechts 30% van de aandelen kun je alleen of samen met anderen de macht binnen je vennootschap grijpen en de andere aandeelhouders dagvaarden voor een gedwongen uitsluiting. Om eruit te stappen is er geen drempel, dat kan altijd. We zien dat er in de bedrijfswereld weinig kennis is over de mogelijkheden van deze procedure. En dat terwijl de procedure vaak wordt gebruikt. De wet geldt voor alle bvba’s en nv’s, zelfs bij erg grote ondernemingen waar honderden mensen tewerkgesteld zijn!”

 

Strategie is cruciaal

De wet is ingewikkelder dan ze lijkt en de strategie is minstens even belangrijk, misschien zelfs belangrijker dan de procedure op zich. “Advocaten kunnen tegen een betonnen muur terechtkomen”, waarschuwt Lenssens. “Het is uiteindelijk de rechter die beslist. Er is een recent voorbeeld in de rechtspraak van een koppel dat getrouwd was en ook zakelijk samen een vennootschap had. Ze gingen scheiden en stapten naar de rechter om hun partner uit de vennootschap te laten zetten. Maar die oordeelde dat er op zakelijk niveau geen conflict was aangetoond. De advocaat van de eisende partij was dat compleet uit het oog verloren. Als je wil uitsluiten moet je voor de rechter kunnen bewijzen dat er een gegronde reden is én dat het in het belang van je vennootschap is dat de aandelen aan jou worden toegewezen. Een grondige voorbereiding is dus van essentieel belang. Hoe beter de voorbereiding, hoe groter de slaagkansen.”


E-mails als bewijs

Bewijzen dat er een conflict is, is in principe niet echt moeilijk. “Het gros van de schriftelijke bewijzen zijn gewoon e-mails. Zelfs sms’en kunnen in bewijs omgezet worden. Een ruzie is op die manier dus heel gemakkelijk aan te tonen. Dat het in het belang van de vennootschap is dat jij de aandelen overkoopt, is al moeilijker te bewijzen. Vaak is het zo dat aandeelhouder A aandeelhouder B wil uitkopen en omgekeerd. De rechter moet dan een keuze maken. Je kan je het best voorbereiden door een goede positie op te bouwen binnen het bedrijf. Je verantwoordelijkheid nemen, contracten binnenhalen, problemen aankaarten bij de Raad van Bestuur, kortom: je inzetten voor je vennootschap. Ook eventuele vergunningen of licenties op jouw naam kunnen van belang zijn. Als je kan aantonen dat de ander fraude heeft gepleegd of grove fouten heeft gemaakt, dan wordt het natuurlijk weer een stuk makkelijker.”

 

Rechter beslist peildatum

Heb je de andere aandeelhouders gedagvaard, dan komt je dossier voor de rechter. “Het is een vrij snelle procedure, ze wordt normaal binnen het jaar afgehandeld. De looptijd wordt vooral beïnvloed door het al dan niet aanstellen van een deskundige voor het bepalen van de waarde van de aandelen. De rechter bepaalt trouwens ook de peildatum: het moment waarop de waardebepaling gebeurt.”

“Ik geef een recent voorbeeld in de rechtspraak. A en B richten samen een vennootschap op. A heeft al bedrijven en krijgt omwille van die ervaring twee derden van de aandelen. Wel krijgen ze beiden 50% zeggenschap in de Raad van Bestuur. Op een bepaald moment wordt B ziek door de spanningen in de samenwerking. Bijgevolg wil B eruit stappen, maar A weigert dat. A grijpt de macht achter B’s rug en richt de hele vennootschap ten gronde door alle activiteiten over te hevelen naar een van haar andere vennootschappen. Wanneer de zaak voor de rechter verschijnt, is de vennootschap een lege doos en is het faillissement aangevraagd. De rechter gaat akkoord met de uittreding van B, want heel wat e-mails tonen de ruzie aan. Hij oordeelt ook dat de peildatum moet liggen op het moment dat het conflict losbarstte. Conclusie: A moet B enkele honderdduizenden euro betalen met daar bovenop de intresten en kosten, ook al ging het maar om een simpele kmo.”

 

Oppassen met borgstelling

Tot slot geeft Geert Lenssens nog een laatste waarschuwing mee die aangeeft dat het niet zo simpel is als je zou denken: “Er wordt in de wet jammer genoeg geen rekening gehouden met zekerheden en borgen, daar heeft de wet geen oplossing voor. Stel dat je binnen je vennootschap borg staat bij de bank voor een paar miljoen euro. Dan kan het dus zijn dat je door een gedwongen uitsluiting verplicht wordt je aandelen te verkopen, maar je blijft wel borg! De gevolgen daarvan kunnen uiteraard desastreus zijn…”


  • Een ‘echtscheiding’ tussen aandeelhouders in vennootschappen verloopt niet altijd vlot. Wil je er meer over te weten komen? Geert Lenssens gaat er dieper op in tijdens het seminar Staatsgrepen en revoluties in vennootschappen en gedwongen uitsluitingen van aandeelhouderselhouders (M&D Seminars) 
  • Geert Lenssens is advocaat aan de balie van Brussel en plaatsvervangend rechter in de rechtbank van koophandel. Hij treedt op in belangrijke dossiers zoals Lernout & Hauspie, Arco, Fortis en Optima. Hij heeft door zijn rechtspraktijk een aparte visie ontwikkeld op de strategieën in die dossiers en wil die knowhow graag delen.