Programmawet 2017 regelt terugvordering voordelen uit Belgische belastingregeling voor overwinst (art. 100-118 PW 2017) - LegalWorld - Jura - Wolters Kluwer

Programmawet 2017 regelt terugvordering voordelen uit Belgische belastingregeling voor overwinst (art. 100-118 PW 2017)


Powered by Jura


Via haar besluit van 11 januari 2016 maakte de Europese Commissie de facto een einde aan de excess profit rulings-praktijk, zoals die bijna 10 jaar bestond. Ze besloot dat de selectieve belastingvoordelen die België in het kader van zijn belastingregeling voor overwinst heeft toegekend, niet stroken met de EU-regels over staatssteun.

De programmawet van 25 december 2016 regelt de terugvordering van de voordelen uit deze Belgische belastingregeling voor overwinst.

Regeling voor overwinst

Volgens de Belgische wetgeving inzake vennootschapsbelasting moeten ondernemingen worden belast op basis van de werkelijk geboekte winst uit activiteiten in België. Maar met de regeling voor overwinst, vastgelegd in artikel 185, § 2, b), van het WIB 1992, konden multinationale ondernemingen op grond van een bindende fiscale ruling hun belastinggrondslag verlagen voor zgn. overwinst.

Deze rulings waren in de regel vier jaar geldig en konden worden verlengd.

Op basis van deze fiscale rulings wordt de werkelijk geboekte winst van een multinational vergeleken met de hypothetische gemiddelde winst die een op zichzelf staande onderneming in een vergelijkbare situatie zou hebben gemaakt. Het zgn. verschil in winst wordt door de Belgische belastingadministratie beschouwd als overwinst en de belastinggrondslag van de multinational wordt verhoudingsgewijs verlaagd.

De regeling is gebaseerd op de premisse dat multinationale ondernemingen overwinst genereren door het feit dat zij deel uitmaken van een multinationale groep, bv. door synergieën en schaalvoordelen, reputatie, klanten- en leveranciersnetwerken en toegang tot nieuwe markten.
In de praktijk werd de werkelijke winst van de betrokken ondernemingen doorgaans met meer dan 50% en in sommige gevallen zelfs met 90% verlaagd.

Uit het onderzoek van de Europese Commissie is gebleken dat deze regeling, die overwinst uit de werkelijke belastbare grondslag van een onderneming elimineert, afwijkt van:
de normale praktijk volgens de Belgische wetgeving inzake vennootschapsbelasting. Ze geeft multinationale ondernemingen die een dergelijke fiscale ruling kunnen verkrijgen een preferentiële en selectieve subsidie in vergelijking met andere ondernemingen. Zo hebben ministens 35 ondernemingen een onbillijk belastingvoordeel gekregen ten opzichte van bv. hun op zichzelf staande concurrenten die in het kader van de normale Belgische wetgeving inzake vennootschapsbelasting over hun werkelijke winst in België belasting moeten betalen; en
het zakelijkheidsbeginsel volgens de EU-regels inzake staatssteun. Zelfs als een multinational overwinst zou genereren, zou die winst volgens het zakelijkheidsbeginsel over de ondernemingen van de groep worden verdeeld op een manier die overeenstemt met de economische realiteit, en vervolgens daar worden belast waar zij ontstaat. In de Belgische regeling voor overwinst wordt deze winst echter simpelweg uit de belastinggrondslag van één enkele onderneming van de groep geëlimineerd.

De selectieve belastingvoordelen van de regeling konden evenmin worden gerechtvaardigd door het argument van België dat de verlagingen noodzakelijk zijn om dubbele belastingheffing te vermijden. België heeft de aanpassingen namelijk eenzijdig doorgevoerd, dat wil zeggen niet als reactie op een belastingaanslag over dezelfde winst door een ander land. Begunstigde ondernemingen hoeven niet aan te tonen dat er sprake is van dubbele belasting of zelfs maar van het risico op dubbele belasting. In werkelijkheid was het resultaat dubbele niet-belasting.

De Europese Commissie besloot dus dat de regeling de ondernemingen een fiscale voorkeursbehandeling gaf die strijdig is met de staatssteunregels van de EU.

Terugvordering

Sinds het begin van het onderzoek van de Commissie in februari 2015 heeft België de belastingregeling voor overwinst opgeschort en geen nieuwe fiscale rulings in het kader van de regeling meer toegekend. Ondernemingen die in het kader van de in 2005 ingevoerde regeling al fiscale rulings hadden ontvangen, zijn hiervan wel gebruik blijven maken.

Het besluit van de Commissie van 11 januari 2016 verplicht België ertoe de toepassing van de belastingregeling voor overwinst stop te zetten.
En België werd verplicht om alle vermeende onterecht toegekende voordelen terug te vorderen.

Om het besluit van de Europese Commissie uit te voeren, voorziet de programmawet 2017 dat de vermeende steun, die overeenstemt met:
enerzijds de belasting die als gevolg van de toepassing van de excess profit rulings niet werd gestort en
anderzijds met gekapitaliseerde interest vanaf het moment dat de steun werd verleend,
jaar per jaar via aanslagbiljetten wordt ingekohierd.

De terug te vorderen steun, ingekohierd op naam van de verkrijger van de steun, wordt lastens hem ingevorderd.
Het kohier is uitvoerbaar ten opzichte van de leden van de groep die er niet zijn in opgenomen in de mate waarin ze gehouden zijn de terug te vorderen steun te betalen krachtens het voornoemde besluit van de Commissie.
In geval van betwisting moet het totaal van het ingekohierde bedrag van de betwiste terug te vorderen steun onmiddellijk voor zijn totaliteit worden voldaan.

Bij de herberekening van de verschillende jaren wordt er geen rekening gehouden met de toegepaste aftrek wegens excess profit. Binnen de bestaande fiscale en juridische context wordt er uiteraard rekening gehouden met aftrekken waar de belastingplichtige recht op had, maar die hij niet heeft toegepast omwille van de aftrek voor excess profit. Het gaat hier dan bijvoorbeeld om de DBI-aftrek, de aftrek van overgedragen verliezen, de octrooiaftrek, enz.

Op elke herrekende aanslag wordt voor het bijkomende gedeelte een samengestelde interest in rekening gebracht vanaf de 20ste van de laatste maand van het betrokken boekjaar. België sprak deze manier van werken af met de Europese Commissie en hanteert daarbij een renteberekening die ook is overeengekomen met de Europese Commissie.
Het geheel van de verschillende aanslagen voor een bepaalde onderneming, inclusief interesten, vormt het totaal van de van deze onderneming terug te vorderen staatssteun.

In werking

Deze regeling trad in werking op 29 december 2016, de dag dat de programmawet van 25 december 2016 in het Belgisch Staatsblad verscheen.

Bron:Programmawet van 25 december 2016, BS 29 december 2016 (art. 100-118)
Zie ook:
Besluit van de Commissie van 11 januari 2016 betreffende de staatsteunregeling inzake vrijstelling van overwinst SA.37667 (2015/C) (ex 2015/NN) door België ten uitvoer gelegd
– Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), BS 30 juli 1992 (art. 185, § 2, b))

Christine Van Geel

 

Programmawet

Afkondigingsdatum : 25/12/2016
Publicatiedatum : 29/12/2016

Powered by Jura