Statuut ‘student-zelfstandige’ verder uitgewerkt - LegalWorld - Jura - Wolters Kluwer

Statuut ‘student-zelfstandige’ verder uitgewerkt


Powered by Jura


Sinds begin dit jaar is een sociaal en fiscaal statuut van kracht voor de ‘student-ondernemer’. Dat zijn jongeren tot 25 jaar die een zelfstandige activiteit combineren met studies die hun hoofdbezigheid vormen. Ze moeten op regelmatige wijze het onderwijs, de vorming of de opleiding in de onderwijsinstelling volgen.

De betreffende wet van 18 december 2016 is in werking getreden op 1 januari 2017. De bepalingen inzake het fiscaal statuut van de student-zelfstandige zullen van toepassing zijn vanaf aanslagjaar 2018 voor de inkomsten van 2017.

Nu is ook een eerste uitvoeringsbesluit verschenen met praktische modaliteiten. Ze worden ingeschreven in het uitvoeringsbesluit bij het KB nr. 38 dat het sociaal statuut voor zelfstandigen bevat. Een tweede besluit omschrijft de rechten in de uitkerings- en moederschapsverzekering.

Aanvraag

De aanvraag tot onderwerping in de hoedanigheid van student-zelfstandige wordt schriftelijk of elektronisch ingediend bij het sociaal verzekeringsfonds waarbij de aanvrager is aangesloten.

Na de ontvangst vraagt het fonds in antwoord (en indien dat nog nodig is) om zo snel mogelijk een attest van inschrijving (onderwijsinstelling of buitenlandse onderwijsinstelling) over te maken. Op basis daarvan kan het fonds een paar basisgegevens vaststellen, zoals de erkenning van het onderwijs door de bevoegde overheid van het vreemde land en de stempel van de onderwijsinstelling indien het gaat om een buitenlandse onderwijsinstelling.

Gaat het om een nog niet beëindigd school- of academiejaar, dan moet de aanvrager schriftelijk of elektronisch aan het sociaal verzekeringsfonds verklaren dat hij zich ertoe verbindt om regelmatig de lessen te volgen.

Bij gebrek aan verzaking door de student-zelfstandige en voor zover hij tot dan de voorwaarden heeft vervuld, blijft de aanvraag geldig voor de latere school- of academiejaren, maar ten laatste tot 30 september van het kalenderjaar waarin de student de leeftijd van 25 jaar bereikt.
Met een attest voor elk later school- of academiejaar, behalve uiteraard indien het fonds beschikt over de vereiste gegevens via een authentieke bron. En met een verklaring om regelmatig de lessen te volgen.

Controle

Zodra het sociaal verzekeringsfonds beschikt over de aanvraag, het attest van inschrijving en de verklaring van de betrokkene, gaat het voor elk school- of academiejaar over tot de controle van de voorwaarden van onderwerping (opgenomen in het KB nr. 38).

Daartoe omschrijft het KB van 22 december 2016 een paar sleutelbegrippen:
‘een Belgische of een buitenlandse onderwijsinstelling’ (erkend door de overheid);
‘een in hoofdzaak ingeschreven student in een onderwijsinstelling’ (minstens 27 studiepunten of minstens 17 lesuren per week);
‘regelmatig lessen volgen’ (attest, attest van begeleiding bij ondernemingsproject of elk verantwoordingsstuk dat overmacht aantoont).

Voor wat betreft de inschrijving bepaalt het KB uitdrukkelijk dat zelfs als de lessen niet gevolgd worden tijdens deze periodes, sommige periodes toch de ‘inschrijving in hoofdzaak’ niet verhinderen, namelijk:
de stageperiodes, als het doorlopen ervan een voorwaarde is voor het behalen van een wettelijk erkend diploma of attest of brevet;
een maximumperiode van een jaar voorbereiding voor een eindverhandeling tot de indiening van de verhandeling.

Desgevallend wordt de voorwaarde voorlopig onderzocht. Het regelmatig volgen van de lessen moet vervolgens bevestigd worden op het einde van het school- of academiejaar.

De student-zelfstandige is ertoe gehouden alle wijzigingen die een invloed hebben op zijn hoedanigheid van student-zelfstandige onmiddellijk mee te delen aan zijn sociaal verzekeringsfonds.

Onderwerping

Voor zover de voorwaarden vervuld zijn, begint de onderwerping in de hoedanigheid van student-zelfstandige vanaf het kwartaal waarin de aanvraag is ingediend of vanaf het kwartaal vermeld in de aanvraag door de student-zelfstandige. Indien de voorwaarden niet vervuld zijn, begint de onderwerping vanaf het eerste kwartaal waarin de vereiste voorwaarden vervuld zijn.

De onderwerping in de hoedanigheid van student-zelfstandige wordt beëindigd:
vanaf het kwartaal waarin de betrokkene niet langer voldoet aan de voorwaarde in verband met de beroepsbezigheid omdat hij niet langer onderworpen is aan het KB van 22 december 2016;
vanaf het kwartaal waarin betrokkene niet of niet langer voldoet aan de voorwaarde van inschrijving omdat hij niet of niet langer de voorwaarden vervult betreffende zijn studies;
vanaf het vierde kwartaal van het kalenderjaar waarin betrokkene de leeftijd van 25 jaar bereikt;
vanaf het kwartaal waarin een verzaking ingaat.

Wanneer de voorwaarde van inschrijving vervuld is tijdens het tweede kwartaal van een kalenderjaar of het kwartaal vóór het kwartaal waarin de zomervakantie plaatsvindt van een school- of academiejaar dat ten einde loopt, dan wordt de voorwaarde, geacht ook vervuld te zijn tijdens dat derde kwartaal of tijdens het kwartaal waarin de zomervakantie plaatsvindt.

Verzaken

De student-zelfstandige kan bij zijn sociaal verzekeringsfonds schriftelijk of elektronisch verzaken aan zijn statuut van student-zelfstandige. De verzaking gaat in vanaf het kwartaal volgend op het kwartaal waarin de verzaking is ingediend of vanaf een toekomstig kwartaal vermeld door de student-zelfstandige.

Tot slot noteren we kleine aanpassingen in de bestaande regels die aangepast worden aan de nieuwe situatie, zoals de gelijkstelling voor studenten met zelfstandigen in bijberoep.

Uitkeringsverzekering

Een tweede KB van 22 december 2016 past het arbeidsongeschiktheidsbesluit voor zelfstandigen van 20 juli 1971 aan voor wat betreft het sociaal statuut van de student-zelfstandige.

De basiswet van 18 december 2016 voorziet binnen het KB nr. 38 in een specifieke bijdrageregeling voor de student-zelfstandige. Met een gunstige bijdrageregeling voor de studenten die inkomsten hebben die lager zijn dan de drempel die van kracht is voor de zelfstandigen in hoofdberoep.

Het wijzigings-KB zorgt ervoor dat de student-zelfstandigen die geen of verminderde bijdragen betalen, geen gerechtigden zijn op de uitkerings- en moederschapsverzekering. Maar de tijdvakken waarin wordt bijgedragen als student-zelfstandige tellen wel mee voor het vervullen van de wachttijd in het kader van de uitkerings- en moederschapsverzekering voor zelfstandigen en meewerkende echtgenoten.

In werking

Net als de basiswet treden beide KB’s van 22 december 2016 in werking op 1 januari 2017.

Voor de verzekeringsplichtigen die gelijkgesteld zijn met zelfstandigen in bijberoep en dit regime genoten vóór 1 januari, kan de nieuwe regeling pas uitwerking hebben vanaf het eerste kwartaal 2017, voor zover een nieuwe aanvraag wordt ingediend en de nodige inlichtingen worden verstrekt.

Bron:- Koninklijk besluit van 22 december 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 10 januari 2017
Bron:- Koninklijk besluit van 22 december 2016, wat het sociaal statuut van de student-zelfstandige betreft, tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten, BS 10 januari 2017
Zie ook:
- Wet van 18 december 2016 tot vaststelling van het sociaal en fiscaal statuut van de student-zelfstandige, BS 30 december 2016

Steven Bellemans

 

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen

Afkondigingsdatum : 22/12/2016
Publicatiedatum : 10/01/2017

Powered by Jura