Juridische verwijzingen en afkortingen - LegalWorld - Jura - Kluwer

2.2. Rechtspraak

2.2.1. Hiërarchie en volgorde

116. Bij verwijzing naar verschillende rechterlijke beslissingen moet steeds een bepaald systeem worden geëerbiedigd, met name hiërarchisch of chronologisch. Uiteraard dient het door de auteur vrij gekozen systeem consequent te worden toegepast.

117. Indien men kiest voor de hiërarchische volgorde, worden verwijzingen naar internationaalrechtelijke rechtspraak boven de verwijzingen naar interne rechtspraak geplaatst. De hiërarchische volgorde voor interne rechtspraak is de volgende:

  • a. Grondwettelijk Hof (de oude benaming Arbitragehof wordt behouden voor de arresten tot 7 mei 2007); 
  • b. Hof van Cassatie; 
  • c. Raad van State; 
  • d. hoven van beroep, arbeidshoven, Militair Gerechtshof; 
  • e. hoven van assisen; 
  • f. arrondissementsrechtbanken; 
  • g. rechtbanken van eerste aanleg:
    • (1) burgerlijke rechtbanken; 
    • (2) correctionele rechtbanken; 
    • (3) jeugdrechtbanken; 
    • (4) fiscale kamers; 
    • (5) beslagrechter; 
    • (6) strafuitvoeringsrechtbanken; 
  • h. arbeidsrechtbanken; 
  • i. rechtbanken van koophandel; 
  • j. krijgsraden; 
  • k. voorzitters van rechtbanken van eerste aanleg; 
  • l. voorzitters van arbeidsrechtbanken; 
  • m. voorzitters van rechtbanken van koophandel; 
  • n. politierechtbanken; 
  • o. vredegerechten; 
  • p. andere bestuursrechtelijke rechtscolleges; 
  • q. andere buitengerechtelijke (privaatrechtelijke) rechtscolleges en arbitrale uitspraken. 

118. Indien men kiest voor een chronologische volgorde, worden de uitspraken volgens datum gerangschikt, beginnend met de oudste of de recentste. Ook daarbij is het belangrijk in eenzelfde tekst consequent te zijn.

119. In bepaalde gevallen kan het wenselijk zijn om rechterlijke beslissingen te groeperen per zaak. Facultatief kan men dan eerst verwijzen naar de beslissing in eerste aanleg, daarna naar de uitspraak in hoger beroep en ten slotte naar het arrest van het Hof van Cassatie. Indien men eerst verwijst naar de beslissing in eerste aanleg duidt men het best aan of de uitspraak werd bevestigd of gewijzigd in beroep en of de voorziening in cassatie werd aangenomen of afgewezen. In geval van vernietiging kan uiteraard ook melding worden gemaakt van de beslissing van het rechtscollege waarnaar de zaak werd verwezen en eventueel van de tweede cassatie-uitspraak evenals van de beslissing van de tweede rechter waarnaar het Hof van Cassatie de zaak verwees.

  • Rb. Luik 28 maart 1950, Pas. 1951, III, 31, bevestigd door Luik 22 februari 1951, JL 1950-51, 201, vernietigd door Cass. 16 mei 1952, Arr.Verbr. 1952, 513, bevestigd door Brussel 4 mei 1954, JT 1954, 458, voorziening afgewezen door Cass. 16 februari 1955, Arr.Verbr. 1955, 497.

2.2.2. Onderdelen van de verwijzing

120. De volgende verwijzingsregels werden opgesteld met het oog op verwijzing naar zowel interne als internationaalrechtelijke rechtspraak. Voor deze laatste kan men echter ook opteren voor de internationaal meer gangbare afwijkende verwijzingswijze, die beschreven wordt onder 2.2.6. Voor verwijzingen naar buitenlandse rechtspraak, supra nr. 63 et seq.

121. In een referentie aan een rechterlijke uitspraak worden de volgende gegevens in de aangegeven volgorde vermeld:

  • i. rechterlijke instantie (facultatief het kamer- of kantonnummer); 
  • ii. datum van de uitspraak; 
  • iii. in voorkomend geval het nummer; 
  • iv. in voorkomend geval de namen van de partijen; 
  • v. in voorkomend geval de vindplaats; 
  • vi. in voorkomend geval de verbijzondering ‘(verkort)’, ‘(dispositief)’ of ‘(weergave)’; 
  • vii. in voorkomend geval de conclusie of het advies van het Openbaar Ministerie of een noot onder de beslissing. 

Of een element al dan niet verplicht vermeld moet worden, hangt ervan af of de vindplaats gedrukt is, dan wel een onlinebron.

De rechterlijke instantie en de datum van de uitspraak worden in elk geval steeds eerst vermeld omdat deze velden altijd verplicht zijn.

2.2.2.1. Rechterlijke instantie

122. De aanduiding van de rechterlijke instantie is altijd verplicht. Voor de afkortingen ervan wordt verwezen naar de lijst in deel III (infra nrs. 238-239).

  • HvJ 16 mei 1984, Jur. 1984, 2101.
  • Beneluxhof 26 maart 1993, www.courbeneluxhof.info, v° Organisatie van het Hof.
  • Antwerpen 5 september 2006, NJW 2007, 132, noot SDR.

123. Bij uitspraken van rechterlijke instanties die in meer dan één gerechtelijk ressort voorkomen (dus bv. niet voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het Grondwettelijk Hof of het Hof van Cassatie) wordt steeds de toepasselijke plaatsnaam meegedeeld. Plaatsnamen worden in het Nederlands weergegeven, wanneer er een courante Nederlandstalige benaming bestaat.

  • Luik 17 oktober 1987, JLMB 1994, 1148.

124. Bij sommige rechtbanken van koophandel, arbeidsrechtbanken en -hoven bestaan er afdelingen die buiten de eigenlijke zetel van het gerecht zitting hebben. Men vermeldt hier de afdeling tussen ronde haakjes.

  • Kh. Dendermonde (afd. Sint-Niklaas) 7 maart 1995, AJT 1994-95, 335, noot M. De Zutter.

125. Wanneer een zelfde plaats verschillende vredegerechten heeft, moet het toepasselijke kanton tussen haakjes worden vermeld na de plaatsnaam van dit gerecht. Het nummer van het kanton wordt weergegeven in Romeinse cijfers.

  • Vred. Leuven (II) 18 mei 1993, Iuvis 1994, 295.

126. Wanneer de rechtbank of het hof is samengesteld uit verschillende kamers, kan, voor zover men dat nuttig acht (wanneer de auteur bijvoorbeeld precies de divergentie in de rechtspraak van de verschillende kamers van een zelfde instantie wil bespreken), het kamernummer tussen haakjes vermeld worden, na de plaatsnaam van de rechterlijke instantie.

  • Antwerpen (3de k.) 2 februari 1993, RW 1993-94, 648, noot A. Carette.

2.2.2.2. Datum van de uitspraak

127. De datum van de rechterlijke uitspraak wordt als volgt aangeduid:

  • de dag wordt uitgedrukt in Arabische cijfers; 
  • de maand wordt voluit geschreven; 
  • het jaartal wordt voluit in Arabische cijfers opgegeven.
    • Cass. 24 december 1993, Arr.Cass. 1993, 1117 en Pas. 1993, I, 1118.

2.2.2.3. Nummer van de uitspraak

128. Vermits een rechtscollege vaak meer uitspraken op dezelfde dag doet, zal een verdere identificatie noodzakelijk zijn. Bij sommige rechtscolleges is dit het nummer van de algemene rol (afgekort als ‘AR’), bij andere een arrestnummer (afgekort als ‘nr.’).

Het nummer wordt steeds gebruikt voor de arresten van het Arbitragehof/Grondwettelijk Hof, van de Raad van State en van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Voor andere rechtspraak wordt het nummer geciteerd als men naar de onlinevindplaats verwijst.

129. De vermelding van het rolnummer (‘AR’) en het zaak- of arrestvolgnummer (‘nr.’) wordt na een komma toegevoegd na de datum van de uitspraak. Hierbij wordt het best gebruik gemaakt van de noteerwijze (al dan niet met spaties, punten of schuine strepen) van het originele document.

Omdat de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2007 een nieuwe arrestnummering gestart is voor de cassatiebeschikkingen over de toelaatbaarheid van het administratieve cassatieberoep, is er een groot verschil tussen de volgnummering van de verschillende soorten uitspraken. Om het onderscheid duidelijk te maken, wordt voor deze cassatiebeschikkingen ‘(c)’ toegevoegd na het nummer om de elektronische zoekmogelijkheden optimaal te kunnen benutten.

  • GwH 19 juli 2007, nr. 106/2007.
  • Cass. 12 november 1991, AR 4756, Michem/Hoeyaert, Arr.Cass. 1991-92, 232 en Pas. 1992, I, 197. [oud]
  • Cass. 22 juni 2007, AR C.03.0211.F. [nieuw]
  • RvS 4 december 2003, nr. 126.049.
  • RvS 26 juli 2007, nr. 999 (c).
  • RvV 20 januari 2008, nr. 265.

2.2.2.4. Partijen

130. De identificatie van de gedingvoerende partijen mag eveneens worden toegevoegd na de datum van de rechterlijke uitspraak. Bij de Raad van State, het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Gerechtshof is het zelfs gebruikelijk de naam van een of beide partijen te vermelden. Voor beslissingen van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen is het dan weer nutteloos de partij te vermelden, aangezien de beslissingen bij publicatie geanonimiseerd worden.

Tussen namen van tegenpartijen wordt een schuine streep aangebracht (eiser/verweerder). Bij uitspraken van objectief contentieux, waar de overheid ipso facto tegenpartij is, volstaat de naam van de verzoekende partij. De combinatie van arrestvolgnummer en identificatie van de partijen wordt zp nodig gescheiden door een komma.

  • EHRM 8 juli 1986, nr. 9815/82, Lingens/Oostenrijk.
  • Cass. 1 februari 2010, C.09.0248.N.
  • RvS 25 november 2004, nr. 137.642, Ingrosso.

2.2.2.5. Vindplaats

131. Traditioneel was rechtspraak enkel in gedrukte vorm consulteerbaar in ‘officiële’ gedrukte repertoria en tijdschriften. Het begrip ‘officieel’ kan eigenlijk moeilijk gehanteerd worden in verband met rechtspraak. De enige authentieke versie van een uitspraak is de minuut bewaard in het gerechtelijke archief. De wet voorziet soms wel in een verplichte publicatie en enkele hoge hoven hebben vroeger gedrukte reeksen uitgegeven of bieden nu een databank aan via hun website.

2.2.2.5.1. Gedrukte verzamelingen

132. De arresten van het Grondwettelijk Hof worden in gedrukte vorm tweemaal officieel bekendgemaakt: in het Belgisch Staatsblad (arresten m.b.t. beroepen tot nietigverklaring in de rubriek ‘wetten, decreten, ordonnanties en verordeningen’, arresten m.b.t. prejudiciële vragen, in de rubriek ‘officiële berichten’) en, niet noodzakelijk later, in de Arresten Grondwettelijk Hof (voortzetting van Arresten Arbitragehof). Beide verwijzingen zijn gelijkwaardig, doch naar uittreksels mag slechts worden verwezen indien de bedoelde informatie, d.i. het beoogde tekstgedeelte, daar werkelijk te vinden is.

  • Arbitragehof 30 april 1996, nr. 28/96, BS 4 mei 1996, 11.076.
  • Arbitragehof 3 november 1994, nr. 79/94, AA 1994, 929.

133. De officiële Nederlandse tekst van cassatiearresten is te vinden in de Arresten van het Hof van Cassatie (van 1937 t.e.m. 1961: Arresten van het Hof van Verbreking). De officiële Franstalige tekst vindt men in de Pasicrisie. Vóór 1937 en tussen 1961 en 1967 is er geen officiële publicatie in het Nederlands en dringt een referentie aan de Pasicrisie zich op.

De Pasicrisie beslaat tot 1998 jaarlijks vier delen, daarna enkel cassatierechtspraak. Deel I bevat de arresten van het Hof van Cassatie, II deze van de hoven van beroep en III de uitspraken van rechtbanken van eerste aanleg. In het vierde deel komt de rechtspraak van de Raad van State aan bod, maar soms ook buitenlandse rechtspraak of de jurisprudentie van de vredegerechten.

134. De officiële Nederlandse tekst van de arresten van de Raad van State vindt men in de Verzameling van Arresten en Adviezen van de Raad van State (tot 1984), de Verzameling van de arresten van de Raad van State (tot 1994) en vanaf 1994 enkel online.

2.2.2.5.2. Tijdschriften

135. Refereert men aan een uitspraak gepubliceerd in een tijdschrift, dan wordt dit afgekort (zie afkortingenlijst op www.rechtsaf.be) en gecursiveerd, in handgeschreven teksten onderstreept.

  • Gent 17 november 2006, TBO 2007, 72.

136. De jaargang van het tijdschrift wordt voluit in Arabische cijfers geschreven.

  • Rb. Turnhout 28 mei 1993, Verkeersrecht 1994, 20.

137. Wanneer een jaargang van een tijdschrift een gedeelte van twee opeenvolgende burgerlijke jaren in dezelfde eeuw bestrijkt, dan wordt de eeuw slechts bij het eerste jaartal aangeduid. Bij de laatste jaargang van een eeuw wordt het tweede jaartal niettemin volledig aangehaald. De twee jaartallen worden met een horizontaal streepje met elkaar verbonden.

  • Vred. Torhout 27 oktober 1994, AJT 1994-95, 195, noot P. Taelman.
  • Cass. 19 maart 1999, RW 1999-2000, 252.

138. De bladzijde of de kolom wordt in de regel vermeld in Arabische cijfers, zonder voorafgaande aanduiding ‘p. of ‘k.’.

  • Brussel 10 februari 1995, JLMB 1995, 593 en JT 1995, 427.

139. Als de redactie van een tijdschrift een eigen volgnummer aan een vonnis of arrest geeft, dan hoeft hiernaar niet verwezen te worden, maar volstaat de verwijzing naar de pagina.

  • Corr. Oudenaarde 7 februari 2002, RPS 2004, 284, noot S. Kettmann [in dit voorbeeld draagt het besproken vonnis nr. 6922, maar dit hoeft dus niet te worden vermeld].

Indien de paginering echter niet doorloopt, maar per volgnummer herbegint, dan moet wel eerst het volgnummer vermeld worden, voorafgegaan door ‘nr.’.

  • Kh. Brussel 28 september 1977, RGAR 1978, nr. 9912, 2.

Ook wanneer het randnummer verschillende bladzijden beslaat, komt de verwijzing naar het randnummer vóór die naar de bladzijde.

  • Kh. Brussel 15 maart 1976, Rec.gén.enr.not. 1976, nr. 22.145, 237.

140. Wanneer de paginering van een tijdschrift bij ieder tijdschriftnummer opnieuw bij één begint, vermeldt men hetzij de aflevering, hetzij de datum van het tijdschriftnummer. Loopt de paginering de hele jaargang door, dan verdient de uitsluitende verwijzing naar de pagina de voorkeur.

  • Corr. Brussel 21 oktober 1985, Journ.proc. 10 januari 1986, 29.
  • Corr. Namen 31 maart 1980, JJD 1983, afl. 33, 5, noot J. Bodson.
  • Cass. 6 mei 1993, RCJB 1994, 163, noot F. Rigaux.

141. Een enkele keer verwijst het cijfer op een bladzijde naar de twee bedrukte zijden van de pagina. In dat geval kan – zo nodig – de verwijzing naar de pagina worden aangevuld met de aanduiding ‘recto’ (‘’) of ‘verso’ (‘’), naargelang men de voorzijde of de keerzijde bedoelt.

  • Kh. Brussel 28 september 1977, RGAR 1978, nr. 9912, 2 .

142. In de regel wordt in een referentie aan een rechterlijke uitspraak alleen de beginbladzijde (-kolom) vermeld. Wil men echter refereren aan een welbepaalde passus in het arrest of vonnis, dan zijn er twee mogelijkheden:

  • ofwel volgt men de indeling van de gerechtelijke instantie indien die haar overwegingen of alinea’s genummerd heeft; 
  • in het andere geval wordt verwezen naar de bladzijde en telt men de gewenste alinea; in een HTML-tekst zal desnoods enkel met deze telling gewerkt kunnen worden of moet men de eerste woorden van de geviseerde passage citeren, zodat die met een zoekfunctie gevonden kan worden. 

Ook als men naar een passage van een uitspraak in een tijdschrift verwijst, is het aanbevolen de beginbladzijde (-kolom) te vermelden. Dit cijfer wordt tussen haakjes geplaatst.

  • Arbitragehof 16 juni 1994, nr. 47/94, RW 1994-95, (287) 288-289.
  • GwH 21 februari 2008, nr. 24/2008, 8, overw. B.4.1.

143. Hierboven was alleen sprake van publicatie van rechtspraak in tijdschriften. Sporadisch wordt rechtspraak ook gepubliceerd in een caseboek, cursus etc. In dat geval volgt na rechterlijke instantie en datum (en eventuele verdere identificatie) het woord ‘in’ en de gegevens van een boek zoals verder besproken wordt, infra nr. 166 et seq. 

  • Cass. 5 november 1920, Pas. 1920, I, 193-240 en in J. Dujardin en J. Vande Lanotte (eds.), Inleiding tot het publiek recht, I, Basisbegrippen, Brugge, die Keure, 1997, 114.

2.2.2.5.3. Onlinevindplaatsen

144. Aangezien steeds meer rechtspraak online wordt gepubliceerd, in het bijzonder van de hoogste, administratieve en buitengerechtelijke rechtscolleges, wordt verwezen naar wat daarover in het algemeen deel werd geschreven (supra nr. 39 et seq.). Er wordt herinnerd dat voor full text-bestanden, die vrij toegankelijk zijn in een overheidsdatabank, de URL niet hoeft te worden vermeld (Hof van Justitie en Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Unie, Benelux Gerechtshof, Grondwettelijk Hof, Hof van Cassatie, Raad van State, etc.).

145. Alle arresten van het Grondwettelijk Hof en het Arbitragehof zijn te vinden op www.grondwettelijkhof.be.

  • Arbitragehof 21 december 2000, nr. 136/2000.
  • GwH 26 juli 2007, nr. 113/2007.

146. De arresten van het Hof van Cassatie vanaf 1990 zijn terug te vinden op http://jure.juridat.just.fgov.be, eveneens te bereiken via de website van het Hof (www.cass.be) en de algemene databank Juridat (www.juridat.be).

  • Cass. 16 maart 2007, AR F.05.0049.N.

147. De arresten van de Raad van State zijn vanaf het gerechtelijk jaar 1994-95 te raadplegen op de website van de Raad (www.raadvanstate.be).

  • RvS 4 december 2003, nr. 126.049.

148. Voor andere rechtspraak is een verwijzing naar de URL noodzakelijk. Enkele voorbeelden:

  • Antwerpen (6de k.) 14 juni 2005, X/Provinciebestuur Limburg, www.diversiteit.be.
  • Vlaamse Geschillenraad voor Radio en Televisie 17 februari 1999, nr. 001/99, GAIA/VRT, www.vlaamseregulatormedia.be.
  • Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame 15 maart 2006, Carglass NV, www.jepbelgium.be.
  • Raad voor de Journalistiek 8 februari 2007, nr. 2007-02, Parket Antwerpen/hoofdredacteur van De Standaard, www.rvdj.be.
  • Centrum voor Arbitrage en Mediatie (Geschillen domeinnamen.be) 7 februari 2002, nr. 44.013, Guiness/O. Noël, www.cepina.be.

2.2.2.6. Noten en conclusies

149. Een samen met de geconsulteerde rechterlijke beslissing gepubliceerde conclusie van het Openbaar Ministerie wordt steeds vermeld. Dit geldt ook voor noten die meer inhouden dan een loutere verwijzing. Wanneer een beslissing wordt gepubliceerd met zowel een noot als een conclusie van het Openbaar Ministerie, dan wordt in de verwijzing eerst de conclusie en vervolgens de noot vermeld.

150. Wanneer wordt verwezen naar verschillende beslissingen, waarvan sommige werden gepubliceerd met een noot, andere met een conclusie van het Openbaar Ministerie, heeft dit geen gevolg voor de volgorde waarin de beslissingen worden geciteerd.

  • Cass. 17 november 1994, Journ.proc. 1995, afl. 275, 26, noot F. Tulkens; Cass. 6 maart 1985, Pas. 1985, I, 835, concl. E. Liekendael; Arbrb. Nijvel 4 oktober 1994, Rev.dr.étr. 1994, 383, noot.

151. De verwijzing naar een geannoteerd arrest of vonnis wordt gevolgd door het woordje ‘noot’ met daarachter de initialen van de voornaam en de naam van de auteur of alleen zijn of haar initialen (indien de noot of verwijzende noot alleen met initialen is ondertekend). Is de noot anoniem, dan volstaat het woord ‘noot’. De titel van een noot hoeft niet vermeld te worden. Voor de verwijzing naar de noot zelf, infra nr. 194.

  • Antwerpen (8ste k.) 9 september 1993, RW 1993-94, 406, noot.
  • Antwerpen (7de k.) 25 november 1993, RW 1993-94, 990, noot S. Van Overbeke.

152. In een verwijzing naar conclusies en adviezen van het Openbaar Ministerie hoeft de titel van de betrokken parketmagistraat niet te worden vermeld: dergelijke titels zijn immers onderhevig aan verandering. Voor het overige gelden – mutatis mutandis – dezelfde regels als voor de noten bij rechtspraak.

  • Cass. (ver. k.) 15 oktober 1993, RW 1993-94, 711, concl. G. D'Hoore [verwijzing naar arrest en conclusie].
  • Concl. G. D'Hoore bij Cass. (ver. k.) 15 oktober 1993, RW 1993-94, 711 [verwijzing naar enkel de conclusie].

2.2.2.7. Interpunctie

153. De verwijzingselementen worden door komma’s van elkaar gescheiden, met volgende uitzonderingen:

  • geen komma tussen de benaming van het rechtscollege en de datum van de uitspraak, 
  • geen komma tussen het tijdschrift en de jaargang. 

Verwijzingselementen die tussen haakjes worden geplaatst, worden buiten beschouwing gelaten voor de plaatsing van komma’s buiten de haakjes.

154. Het kan wenselijk zijn verschillende vindplaatsen van eenzelfde rechterlijke beslissing aan te halen, bv. omwille van de annotaties. In dat geval worden de referenties het best van elkaar gescheiden door komma’s, de twee laatste verwijzingen door het woordje ‘en’. Dit laatste geldt ook wanneer er slechts twee referenties zijn.

  • Arbitragehof 2 maart 1995, nr. 19/95, JLMB 1995, 376, Journ.proc. 1995, afl. 28, 5 en P&B 1995, 36, noot.

155. Verwijzingen naar verschillende rechterlijke beslissingen worden van elkaar gescheiden door een kommapunt.

  • Antwerpen 3 april 1995, Fisc.Koer. 1995, 301; Kh. Gent 5 december 1995, TGR 1995, 2; Kh. Kortrijk 6 maart 1995, AJT 1994-95, 372.

2.2.3. Herhaling van referenties

156. Om verwarring te vermijden en het opzoekingswerk van de lezer te vergemakkelijken, worden bij herhaling van verwijzingen naar rechtspraak de vindplaatsen het best steeds opnieuw volledig opgegeven, met uitzondering van het gebruik van ibid. in op elkaar volgende voetnoten.

2.2.4. Niet-gepubliceerde rechtspraak

157. Hoewel de verwijzing naar niet-gepubliceerde rechtspraak (dus ook niet online) over het algemeen af te raden is – omdat de lezer de juistheid van de bewering moeilijk kan controleren – kan een rechtscollege of een auteur zo’n referentie toch noodzakelijk of wenselijk achten. In dat geval worden alle mogelijke verwijzingselementen die bekend zijn geciteerd, gevolgd door de vermelding ‘onuitg.’ en, in voorkomend geval, de bron waaraan men de referentie heeft ontleend.

  • Cass. 29 maart 1995, AR P95248F, onuitg.
  • Kh. St.-Niklaas 25 augustus 1936, onuitg., aangehaald door J. Limpens, Prijshandhaving buiten contract bij verkoop van merkartikelen, Brussel, Bruylant, 1943, 60.

2.2.5. Uittreksels en samenvattingen

158. Verwijzingen naar rechtspraak waarvan alleen een uittreksel (bv. de Rechtspraak in kort bestek van het RW ) of een samenvatting (bv. de Sommaires van de JLMB) werd gepubliceerd, gebeuren als volgt: na de pagina volgt tussen haakjes en naargelang van het geval ‘verkort’ of ‘uittreksel’ (als een letterlijk uittreksel is gepubliceerd), ‘dispositief’ (als enkel het beschikkend gedeelte werd gepubliceerd) of ‘weergave’ of ‘samenvatting’ (als de inhoud is weergegeven zonder dat kan worden nagegaan of men te maken heeft met een letterlijke weergave of niet: meestal gaat het om samenvattingen van de redactie).

  • RvS 27 februari 1990, nr. 34.237, TBP 1991, 133 (verkort), noot.
  • Arbrb. Luik 21 augustus 1990, J.dr.jeun. 1990, afl. 8, 30 (dispositief).
  • HvJ 18 september 2003, RW 2004-05, 1474 (weergave).

2.2.6. Bijzondere regels voor internationaalrechtelijke rechtspraak

159. De laatste jaren is er een proliferatie van internationale hoven en tribunalen. De arresten van die rechtscolleges worden doorgaans gepubliceerd in speciale officiële publicaties. Meer en meer is ook een elektronische (niet-officiële) versie op de site van het desbetreffende hof of tribunaal consulteerbaar. In de praktijk zal een jurist vaak via deze weg de rechtspraak consulteren en dus wordt het aanvaardbaar hiernaar (en dus niet naar de gedrukte officiële publicatie) te verwijzen. Soms worden arresten ook als in abstracto of in extenso gepubliceerd in niet-officiële publicaties. Rechtspraak van internationale hoven en tribunalen wordt doorgaans in het Engels of Frans geciteerd, behalve wanneer er een officiële Nederlandse tekst bestaat. Eventueel kan bij Engelstalige of Franstalige rechtspraak de Nederlandse afgekorte vertaling van de zaak tussen haakjes toegevoegd worden.

160. Verwijzingen naar internationaalrechtelijke en Europese rechtspraak kunnen op een vergelijkbare manier opgebouwd worden als verwijzingen naar interne jurisprudentie. De hiervoor beschreven interne regels wijken echter af van wat gebruikelijk is in het internationale en Europese recht. De auteur heeft de keuze tussen beide systemen, wellicht naargelang van zijn forum van publicatie. Binnen dezelfde publicatie moet men uiteraard consequent zijn.

161. Rechtspraak van het Internationaal Gerechtshof en Permanent Hof van Internationale Justitie kan op de volgende manier geciteerd worden:

  • i. IGH (of PHIJ);
  • ii. naam van de zaak; 
  • iii. partijen tussen haakjes, in het Engelse gescheiden door ‘v.’ (‘versus’), in het Frans door ‘c.’ (‘contre’); 
  • iv. soort beslissing; 
  • v. vindplaats in de officiële publicatie (ICJ Reports of Recueil CIJ) (als het arrest/advies nog niet officieel gepubliceerd werd, de publicatie op de website of de niet-officiële publicatie); 
  • vi. bladzijde. 
  • PHIJ, Mavrommatis Palestine Concessions (Greece v. United Kingdom), PCIJ Series A, n° 2, 1924, 26.
  • PHIJ, Certains intérêts allemands en Haute Silésie polonaise (Allemagne c. Pologne), Arrêt du 25 août 1926, Rec. CPJI A, n° 7.
  • IGH, Corfu Channel (United Kingdom v. Albania), Preliminary Objection, ICJ Reports 1948, 15.
  • IGH, Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua (Nicaragua v. United States of America), Judgement, ICJ Reports 1986, 14.
  • IGH, The Legality of the Threat or Use of Nuclear Weapons, Advisory Opinion, ICJ Reports 1996, 256.
  • IGH, Legal Consequences of the Construction of a Wall in the Occupied Palestinian Territory, Advisory Opinion (9 July 2004), www.icj-cij.org.

162. Rechtspraak van het Joegoslavië- en Rwandatribunaal kan op de volgende manier geciteerd worden:

  • i. Joegoslaviëtribunaal of Rwandatribunaal; 
  • ii. naam van de zaak; 
  • iii. soort beslissing; 
  • iv. nummer van de zaak; 
  • v. datum van de beslissing tussen haakjes. 
  • Joegoslaviëtribunaal, Prosecutor v. Tadic, Decision on Jurisdiction, Case No. IT-94-1-AR 72 (2 oktober 1995).

163. Rechtspraak van het Europees Hof en de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens kan op de volgende manier geciteerd worden:

  • i. EHRM of ECRM; 
  • ii. partijen; 
  • iii. facultatief de vindplaats in de officiële publicatie met jaargang en bladzijde. 
  • EHRM, W. v. United Kingdom, DR 1983, 32.
  • EHRM, Kostovski v. The Netherlands, ECHR 1990, Ser. A, 221.
  • EHRM, Papachelas v. Greece, ECHR 1999-II.

De verwijzing naar een geconsulteerde onlinepublicatie wordt dan:

  • EHRM, Kostovski v. The Netherlands, 1990.

Een volledige lijst van verwijzingen naar uitspraken is consulteerbaar op de site: www.echr.coe.int/ECHR/EN/Header/Case-Law/HUDOC/HUDOC+database.

164. Rechtspraak van het Hof van Justitie en Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Unie en het Gerecht voor Ambtenarenzaken van de Europese Unie kan op de volgende manier geciteerd worden:

  • i. HvJ, Ger.EU of Ger.Ambt.EU; 
  • ii. nummer van de zaak; 
  • iii. partijen (eventueel afgekort als de zaak bekend is onder de afkorting); 
  • iv. vindplaats in de officiële publicatie (Jur., gevolgd door ‘I’ voor arresten van het Hof van Justitie en door ‘II’ voor uitspraken van het Gerecht van Eerste Aanleg); 
  • v. jaartal; 
  • vi. bladzijde en eventueel paragraaf. 
  • HvJ 26/62, Van Gend en Loos, Jur. 1963, 1 [citeerwijze tot 1990].
  • HvJ 43/75, Gabrielle Defrenne v. Belgische luchtvaartmaatschappij NV SABENA, Jur. 1976, 455.
  • HvJ C-27/04, Commissie v. Raad, Jur. 2004, I, 6649.
  • Ger. EU T-584/93, Roujanski v. Raad, Jur. 1994, II, 585.
  • HvJ F-42/05, Francisco Rossi Ferreras v. Commissie [2007], voorlopig enkel te consulteren op www.curia.eu.

De verwijzing naar een geconsulteerde onlinepublicatie, zie http://curia.europa.eu, wordt dan:

  • HvJ C-27/04, Commissie v. Raad, 2004.

165. De uitspraken van het Benelux Gerechtshof worden gepubliceerd in het Benelux Publictieblad, verspreid door het Secretariaat-Generaal. Zij verschijnen eveneens in de Jurisprudentie van het Benelux Gerechtshof en bovendien zijn ze online consulteerbaar (www.courbeneluxhof.info).

  • Beneluxhof 13 december 1994, nr. A 93/3, Benelux Jur. 1994, afl. 15, 56.