Login

Gevangenissen voor de 21e eeuw



Op 13 mei 2009 vond een colloquium plaats georganiseerd door minister van justitie Stefaan De Clerck. De titel van dit colloquium wasPrison Make’ met een knipoog naar de televisieserie ‘Prison Break’. De bouwplannen van het ‘Masterplan 2008-2016 voor een gevangenisinfrastructuur in humane omstandigheden’ vormden het onderwerp van dit colloquium. Vooral het bouwproject kwam aan de orde: tussen vandaag en 2016 in hoog tempo zeven nieuwe gevangenissen realiseren. Onvermijdelijk was de volgende vraag: hoe moet een gevangenis van de 21e eeuw eruitzien?

Academici, praktijkmensen van justitie en van de hulp- en dienstverlening van de Vlaamse gemeenschap, architecten... schreven hierover in themanummer 48 van De Orde van de Dag.

In een video-interview afgenomen door Frederik Janssens op 10 november 2009 reageert de minister van justitie, Stefaan De Clerck, op een aantal zaken die aan bod komen in het themanummer.

 

Nieuwe gevangenissen bouwen vereist een breed maatschappelijk debat
Nieuwe gevangenissen bouwen betekent een grote uitdaging op vele vlakken en vereist een breed maatschappelijk debat. De discussie over ‘welk soort’ gevangenissen ingezet worden om de strafuitvoering geloofwaardig te maken, is niet alleen een zaak van justitie. Hoe men omgaat met medeburgers die maatschappelijke normen overschreden hebben, is een zaak van de hele democratische samenleving. En ook de Vlaamse overheid moet meepraten over de gevangenissen, waarbinnen de door haar gesubsidieerde hulp- en dienstverlening moet plaatsvinden.

Welke gevangenissen zijn nodig?
Dit themanummer van De Orde van de Dag focust op de mogelijkheden die de gevangenisnieuwbouw zou kunnen bieden voor het ontwikkelen van een gevangenisregime, gebaseerd op hedendaagse penologische principes en aangepast aan de noden van de veranderende gevangenispopulatie. De leidende vraag die werd voorgelegd aan de auteurs van dit themanummer is: «Als er bijgebouwd wordt, welke gevangenissen hebben we dan nodig om tegemoet te komen aan de huidige visie op vrijheidsbeneming die we terugvinden in de basiswet op het gevangeniswezen, namelijk het uitwerken van een regime gericht op normalisering, re-integratie en herstel. Welke vertaling krijgt het spanningsveld tussen beveiliging enerzijds en normalisering en humanisering anderzijds?»

Noden van een hedendaags gevangenisregime
undefinedundefinedKristel  Beyens, professor aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel en Frederik Janssens, beleidsmedewerker bij de Rode Antraciet, geven in hun locomotieftekst de aftrap en schetsen de contouren van het brede debat. Gevangenissen zijn de gestolde versie van de visie op de doelstellingen van de gevangenisstraf. De auteurs betreuren het dan ook dat het huidige masterplan weinigzeggend is over de penologische visie van waaruit de gevangenissen (zouden) moeten worden geconcipieerd. Ze dringen erop aan dat de beleidsmakers en bouwheren rekening zullen houden met de noden van een hedendaags gevangenisregime, dat gebaseerd is op een geleidelijke overgang naar de samenleving, reïntegratie, normalisering, herstel en beperking van de detentieschade.

Hoe moeten gevangenissen eruit zien?
Peter Vermeulen en Kristin Müller zijn architecten bij het Antwerpse architectenbureau Stramien. Müller beschrijft in haar stuk de nieuwe gevangenis van Leoben in Oostenrijk, een geslaagd modelproject dat navolging verdient. Vermeulen suggereert om het wellicht al te ambitieuze bouwprogramma van de minister van justitie te onderbreken, en om eerst met z’n allen eens goed na te denken over de essentie van het project: is er al een degelijke en heldere maatschappelijke visie op hoe de nieuwe gevangenissen van de 21e eeuw er moeten uitzien? Hij betwijfelt dat.

Kleinschalige inrichtingen
Sonja Snacken, professor aan de vakgroep criminologie van de Vrije Universiteit Brussel, vertolkt haar visie in acht krachtige adviezen. Ze vangt aan met een sterk pleidooi voor een reductionistisch beleid. Zij pleit voor kleinschalige, op mensenmaat gemaakte inrichtingen, die ingedeeld kunnen worden in leefeenheden. Deze bevinding kan ook internationaal op de nodige bijval rekenen.

Behoeften van de gedetineerden
Marie-Sophie Devresse, professor aan de Ecole de criminologie van de Université Catholique de Louvain (UCL) gaat in op het belang van de classificatie van de gevangenissen. Ze pleit ervoor om bij het ontwerp van gevangenissen en de keuze van hun locatie te vertrekken van de behoeften van de gedetineerden, het aanbod aan activiteiten, vereisten in verband met het detentieplan enzovoort, en niet zoals nu van het space available model’.

Nieuwe ‘huizen’
Hans Claus, gevangenisdirecteur in Oudenaarde, kenner als geen ander van de gevangenissen van binnenuit en met een indrukwekkende staat van dienst, vertrekt in zijn artikel van de verhalen van de gedetineerden om zijn visie op de nieuwe ‘huizen’, zoals hij ze noemt, te ontwikkelen.
 Centraal in zijn betoog staat de stelling dat het cellulaire concept het best verlaten wordt. In zijn tekst doet Claus enkele zeer concrete voorstellen voor de bouw van kleinschalige ‘huizen’, die vertrekken van en opgebouwd zijn rond de zorg en de begeleiding van de gedetineerde, wat helemaal in de lijn ligt van de stelling van Marie-Sophie Devresse.

Aandacht voor het individu, de slachtoffers en de samenleving
Rudy Machiels is als onderzoeker verbonden aan de vakgroepen sociale agogiek en criminologie van de Vrije Universiteit Brussel en ervaringsdeskundige. Hij vertrekt van de verhalen van ex-gedetineerden en hun familieleden, die hij aanvult met literatuur. Vanuit de ervaringen die hij optekent komt hij tot gevangenissen die individuele trajecten mogelijk moeten maken, en een bestraffing die aandacht heeft voor het individu, de slachtoffers en de samenleving.

Gemeenschappen en gewesten moeten erbij betrokken worden 
Koenraad Polfliet is Vlaams beleidsmedewerker in de Gentse gevangenis, waar hij het Vlaamse hulp- en dienstverlenersaanbod coördineert. In zijn artikel Mi casa es su casa staat hij stil bij het feit dat Vlaanderen sinds de staatshervorming van 1980 een verantwoordelijkheid heeft in de gevangenissen, net zoals de andere gemeenschappen en gewesten in België, namelijk de ontwikkeling van een hulp- en dienstverleningsaanbod aan gedetineerden. Ook hij pleit ervoor om de gemeenschappen en gewesten te betrekken bij de planning van de bouw van nieuwe gevangenissen.

Lokale sociaal beleid, en steden en gemeenten moeten erbij betrokken worden
Ook de bijdrage van Tina Demeersman, stafmedewerkster bij het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, vertrekt vanuit de noden en behoeften van gedetineerden. In haar artikel 'Met twee voeten in de samenleving' schetst ze het profiel van de gedetineerde. Om een effectief beleid uit te stippelen zijn volgens De Meersman niet alleen het federale (justitie) en het Vlaamse niveau (hulp- en dienstverlening) verantwoordelijk, maar moet ook het lokale sociaal beleid, de steden en gemeenten, hun verantwoordelijkheid opnemen, bijvoorbeeld in het kader van de huisvestingsproblemen van ex-gedetineerden.

Vrijheid beperken om vrijheid te stichten
Leo van Garsse is als pedagoog verbonden aan de vakgroep sociale agogiek van de Universiteit Gent. Hij reflecteert als dusdanig over de paradox van het straffen in een democratische samenleving: mensen worden in hun vrijheid beperkt in de hoop vrijheid te stichten, er wordt onwelzijn gecreëerd in de hoop welzijn te bevorderen. Het moet de grote zorg van democratische samenlevingen zijn om, te midden van alle tegenstellingen en intermenselijk falen, het respect voor de menselijke waardigheid van elke medeburger, ook die van de opgesloten medeburgers, te handhaven.

Meer alternatieve straffen
Ten slotte is er het perspectief van de penitentiair beambten, zoals vertolkt door ACV-vakbondsman Luc Neirynck. Hij wijst erop dat de leefomstandigheden van de gedetineerden identiek zijn aan de werkomstandigheden van het personeel in de gevangenissen. Hoewel capaciteitsuitbreiding volgens Luc Neirynck een essentieel onderdeel is van de oplossingen, laat hij niet na te pleiten voor een ruimer gebruik van de elektronische enkelband en het uitbreiden van alternatieve straffen, om zoveel mogelijk de detentie te reduceren.

Bron: Kristel BEYENS en Frederik JANSSENS, “Gevangenissen voor de 21e eeuw. Opportuniteit of gemiste kans?”, Orde van de Dag 2009, 3-6.

Hier vindt u meer informatie over het tijdschrift De Orde van de Dag, alsook de abonnementsvoorwaarden.