Skype - LegalWorld - Jura - Wolters Kluwer

Skype


Head setSkype heeft zelf de materiële onmogelijkheid gecreëerd om communicatie te onderscheppen en af te luisteren. De correctionele rechtbank te Antwerpen, afdeling Mechelen, leidt echter uit de medewerkingsplicht voor dienstenaanbieders de plicht af om hun systemen ‘tapvriendelijk’ te maken. Dit vonnis verscheen op 28 december 2016 in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) (afl. 353) samen met een korte bespreking van Sofie Royer. Hierna vindt u het kopje bij dit vonnis van de correctionele rechtbank te Antwerpen, afdeling Mechelen van 27 oktober 2016.


Rechtsmacht Belgische strafrechter – medewerkingsplicht verstrekker van een telecommunicatiedienst – afluister- en registratiemaatregel – art. 88bis Sv. – art. 90quater Sv. – aanwezigheid op Belgisch grondgebied – materiële onmogelijkheid

De misdrijven in de artikel 88bis §2 en artikel 90quater §2 Sv. worden gepleegd op de plaats waar de gevorderde gegevens moeten worden ontvangen. De Belgische rechter heeft rechtsmacht om te oordelen over de weigering van een operator van een telecommunicatienetwerk of een verstrekker van een telecommunicatiedienst tot technische medewerking, ongeacht zijn plaats van vestiging.

De begrippen ‘operator van een telecommunicatienetwerk’ en ‘verstrekker van een telecommunicatiedienst’ hebben een autonome betekenis. De wetgever wilde geen verschil in betekenis doen ontstaan tussen die begrippen en de begrippen ‘operator van een elektronische communicatiedienst en verstrekker van een elektronische communicatiedienst’ in artikel 46bis Sv. Wie technische hulpmiddelen verschaft aan gebruikers onder de vorm van software, bestemd om via een elektronisch netwerk (het internet) met andere gebruikers te communiceren en informatie uit te wisselen, is een verstrekker van een telecommunicatiedienst. Hiervoor is niet vereist dat de verstrekker over een eigen netwerk beschikt voor de overbrenging van de data.

Opdat een in het buitenland gevestigde verstrekker van een telecommunicatiedienst in België aan de dwangmaatregel van artikel 88bis §2 en artikel 90quater §2 Sv. zou zijn onderworpen, is een voldoende territoriaal aanknopingspunt met het Belgisch grondgebied vereist. Een buitenlandse dienstenverstrekker is in België aanwezig door zijn actieve deelname aan het economisch leven in België, zelfs wanneer hij er geen zetel of vestiging heeft.

Er is geen sprake van een materiële onmogelijkheid om aan de verplichting tot medewerking te voldoen als de beklaagde die zelf in het leven heeft geroepen door de dienstverlening op zijn manier te organiseren. Beklaagde moest rekening houden met de Belgische wetgeving die verplicht om technische medewerking te verlenen aan Belgische autoriteiten die dit vorderen in het kader van een afluister- en registratiemaatregel, omdat hij als verstrekker van een telecommunicatiedienst op de Belgische markt aanwezig is.



Bron: Corr. Antwerpen (afd. Mechelen) 27 oktober 2016, NjW 2016, afl. 353, 921.

De volledige tekst vindt u in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW). Klik hier voor meer informatie over het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

NjW kan ook gelezen worden op smartphone en tablet. Wie al een abonnement heeft op de papieren versie geniet van een voordeeltarief. Klik hier voor meer informatie over NjW mobiel. 

>>> Als u nu een jaarabonnement neemt op NjW ontvangt u gratis de uitspraak en de bespreking van Sofie Royer in pdf-formaat. Zend hiervoor een e-mail met vermelding van alle vereiste contactgegevens voor de levering en facturatie van uw abonnement naar: njw@wolterskluwer.be.

De website van NjW: www.e-njw.be

Op Jura vindt u meer rechtsleer over afluisteren van communicatie.