2. Verwijzingen naar de verschillende rechtsbronnen
2.1. Wetgeving (in de meest brede zin)
2.1.1. Hiërarchie en volgorde
75. De hiërarchie tussen de verschillende soorten van wetgeving moet in de volgorde van de verwijzingen worden geëerbiedigd. Zonder een standpunt te willen innemen in controversen over de hiërarchie van bepaalde rechtsbronnen, kan het volgende als richtlijn gelden:
- a. internationaalrechtelijke normen, zoals verdragen, conventies, protocollen, handvesten, resoluties etc.;
- b. Europeesrechtelijke normen, in het bijzonder primair (verdragen) en secundair recht (verordeningen, richtlijnen en beschikkingen, maar ook richtsnoeren, kaderbesluiten etc.) van de Unie en andere besluiten van Europese regionale organisaties (OVSE, Raad van Europa, NAVO etc.);
- c. Grondwet;
- d. samenwerkingsakkoorden op het niveau van de onderscheiden wetgevende machten (goedgekeurd bij wet, decreet of ordonnantie);
- e. akten van de onderscheiden wetgevende machten:
- wetten aangenomen met bijzondere meerderheid (bijzonderemeerderheidswetten);
- decreten aangenomen met bijzondere meerderheid (bijzonderemeerderheidsdecreten);
- wetten aangenomen met gewone meerderheid;
- decreten (aangenomen met gewone meerderheid) van de gewezen Nederlandse Cultuurgemeenschap en de gewezen Franse Cultuurgemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Franse Gemeenschapscommissie;
- ordonnanties van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
- besluitwetten van de koning en de ministers, respectievelijk van de in raad vergaderde ministers tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog (de zogenaamde eigenlijke besluitwetten);
- f. besluitwetten genomen op grond van wetten tot toekenning van buitengewone machten aan de koning (de zogenaamde oneigenlijke besluitwetten) en (genummerde) koninklijke besluiten op grond van wetten tot toekenning van bijzondere machten;
- g. samenwerkingsakkoorden op het niveau van de onderscheiden uitvoerende machten (die dus niet werden goedgekeurd bij wet, decreet of ordonnantie);
- h. gewone reglementaire koninklijke besluiten (verordeningen, reglementen, alsook algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten) en daarmee gelijkgestelde besluiten van de Vlaamse Executieve of de Vlaamse Regering, de Franse Gemeenschapsexecutieve of de Franse Gemeenschapsregering, de Waalse Gewestexecutieve of de Waalse Regering, de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve of de Brusselse Hoofdstedelijke Regering (tot uitvoering van de ordonnanties van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest), het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (tot uitvoering van de ordonnanties van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie), de Executieve van de Duitstalige Gemeenschap of de Regering van de Duitstalige Gemeenschap (tot uitvoering van de decreten van de Duitstalige Gemeenschap) en het College van de Franse Gemeenschapscommissie (tot uitvoering van de decreten van de Franse Gemeenschapscommissie);
- i. ministeriële besluiten en de daarmee gelijkgestelde besluiten van een of meer leden van één van de vernoemde executieven, regeringen of colleges, evenals de besluiten van het Ministercomité voor het Brussels Gewest;
- j. besluiten van de gewezen Raad voor de Duitse Cultuurgemeenschap;
- k. besluiten van parastatalen, verzelfstandigde agentschappen etc.;
- l. provinciale besluiten (eerst raad, daarna (bestendige) deputatie, ten slotte gouverneur);
- m. besluiten van de agglomeraties en federaties van gemeenten (eerst raad, dan college), met inbegrip van de in hun hoedanigheid van agglomeratieorgaan getroffen besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve of Regering;
- n. besluiten van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (eerst taalgroep en college, resp. verenigde vergadering en verenigd college gezamenlijk, dan college, resp. verenigd college) getroffen in hun hoedanigheid van gedecentraliseerde besturen;
- o. gemeentelijke besluiten (eerst raad, dan college, ten slotte burgemeester);
- p. parlementaire voorbereiding en pseudo-wetgeving zoals rondzendbrieven, gedragscodes, sectorale afspraken en dergelijke meer.
- Art. 2 Europees verdrag tot bescherming van personen ten opzichte van de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens van 28 januari 1981, goedgekeurd bij wet 17 juni 1991, BS 30 december 1993, 29.023; art. 22 Gw.; art. 10 wet 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, BS 18 maart 1993, 5.801; art. 1 KB nr. 5, 7 september 1993, BS 25 september 1993, 21.259.
2.1.2. Onderdelen van de verwijzing
76. Het artikel, de paragraaf, het lid etc. van om het even welke norm wordt vermeld volgens het systeem van die norm zelf. De verschillende elementen worden gescheiden door een komma en een spatie. Als een lid, alinea etc. geen eigen nummer heeft, dan noteert men het rangnummer voluit, zoals ‘eerste’, ‘dertiende’...
- Art. 577-2, § 9, derde lid BW.
- Art. XXIV GATT.
- Art. 39/9, § 2 wet 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
77. Als men verschillende (delen van) artikelen van eenzelfde wet opsomt, is het aanbevolen het woordje ‘art.’ te herhalen zodra door de opeenvolging van komma’s vergissingen mogelijk zijn. Als geen vergissingen mogelijk zijn, worden op elkaar volgende artikelen vermeld door het eerste en het laatste van de reeks met een koppelteken ertussen. Als het om niet op elkaar volgende artikelen gaat, worden ze gescheiden door een komma en een spatie en de laatste twee verbonden door het voegwoord ‘en’.
- Art. 1167-1173 Ger.W.
- Art. 1167, 1170 en 1173 Ger.W.
- Art. 1168, derde lid, a), art. 1171, eerste lid en art. 1173, 5° en 6° Ger.W.
78. Wat de aanduiding betreft van de categorie of soort waartoe een norm behoort, wordt verwezen naar de afkortingenlijst in deel III ( infra nr. 231 et. seq.).
79. Data worden steeds als volgt aangeduid:
- de dag wordt uitgedrukt in Arabische cijfers;
- de maand wordt voluit geschreven;
- het jaartal wordt voluit in Arabische cijfers opgegeven.
- MB 4 mei 2007 houdende het verbod van het gebruik van sommige letterwoorden of logo’s voor de verkiezingen van de Federale Wetgevende Kamers van 10 juni 2007, BS 8 mei 2007 (ed. 2).
De identificatiedatum van de wet is altijd de datum van de afkondiging en wijzigt dus niet meer, ook al wordt de wettekst zelf door latere wetten gewijzigd. Deze latere wetswijzigingen worden niet vermeld. Een verwijzing naar een wet betreft steeds de stand van die wet op het ogenblik van het schrijven. Als de auteur van deze algemene regel wil afwijken en zijn lezer wil wijzen op de toestand van de wet op een ander ogenblik, dan moet hij dit uitdrukkelijk vermelden.
- Art. 13, eerste lid wet 14 juli 1991 betreffende de handelpraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument (voor de wetswijziging van 25 mei 1999).
- Art. 29 Wegverkeerswet (zoals van toepassing tussen 20 juli 2005 en 10 mei 2006).
80. In principe wordt het officiële opschrift van een norm volledig weergegeven.
- Wet 13 april 1995 houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de kinderpornografie, BS 25 april 1995, 10.823.
81. Wat de vindplaats betreft, gaat steeds de voorkeur uit naar de officiële publicatie, waar de tekst van de authentieke akte is opgenomen. Verwijzen naar andere, niet- officiële publicaties zoals private verzamelingen van verdragen, wetten en akten, Bulletin usuel , Omnilegie, Verzameling van Wetten en Besluiten, Pasinomie etc. is doorgaans af te raden, tenzij voor enkele heel oude wetten van voor het verschijnen van het Belgisch Staatsblad.
82. De publicatie wordt, zoals bij tijdschriften, gecursiveerd waar mogelijk, anders onderstreept. Voor de meest gebruikelijke, zoals het Publicatieblad van de Europese Unie en het Belgisch Staatsblad, gebeurt dat steeds door middel van een afkorting, respectievelijk Pb.L. en BS.
83. Door juristen vaak aangehaalde normen worden verkort weergegeven, infra nr. 90.
Als in een tekst herhaaldelijk wordt verwezen naar eenzelfde wet of besluit, mag die wet of dat besluit verkort worden geciteerd, als in een lijst vooraan of achteraan de gebruikte afkortingen verklaard worden, infra nr. 227 et seq. Eveneens mag men enkel de datum van de wet of het uitvoeringsbesluit vermelden na minstens één maal het officiële opschrift te hebben opgenomen.
84. Er komt een komma tussen het opschrift van de norm en de officiële vindplaats.
85. Als er verwezen wordt naar de bladzijde in de officiële vindplaats, wordt de pagina voorafgegaan door een komma. Het vermelden van de bladzijde is normaal gezien aanbevolen.
- Art. 19, § 3 wet 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, BS 27 juli 1990, 14.806.
86. Wanneer verwezen wordt naar het Belgisch Staatsblad, volstaat vanaf 1 januari 2003 de vermelding van de datum van publicatie (vanaf die datum worden slechts vier gedrukte exemplaren gemaakt en deze zijn identiek aan de via internet verspreide versie). In een onlinepublicatie wordt immers niet opgezocht door te bladeren. Voor oudere wetgeving is verwijzing naar de bladzijde aanbevolen, omdat het de opzoeking vergemakkelijkt.
87. Vermelding van de editie is noodzakelijk als er verschillende edities van dezelfde datum zijn.
- Art. 8 wet 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (II), BS 28 december 2006 (ed. 3).
- KB 19 december 2006 betreffende de toewijzing in 2006 van bepaalde niet-fiscale ontvangsten aan het Zilverfonds, BS 28 december 2006 (ed. 1).
88. Geregeld verschijnen rechtzettingen van gepubliceerde wetgeving. Deze worden als ‘ erratum ’ aan de oorspronkelijke verwijzing toegevoegd.
- Art. 55 wet 21 december 2007 houdende diverse bepalingen, BS 31 december 2007 (ed. 3), err. BS 15 januari 2008.
89. In een opsomming worden referenties aan verschillende wetteksten of uitvoeringsbesluiten van elkaar gescheiden door een kommapunt.
- Art. 22 Gw.; art. 10 wet 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, BS 18 maart 1993, 5.801.
2.1.3. Normen waar vaak naar verwezen wordt
90. Onder vaak aangehaalde normen wordt hier verstaan een verdrag, richtlijn, wet of besluit waarnaar in de hedendaagse Belgische juridische literatuur vaak wordt verwezen. Het gaat dus niet om het herhaald hanteren van eenzelfde norm in een welbepaalde studie.
Voor de hier bedoelde teksten volstaat de vermelding van de volgende gegevens in de aangegeven volgorde:
- i. artikel (afgekort als ‘art.’, zonder hoofdletter tenzij bij het begin van een zin), eventueel gevolgd door aanduiding van paragraaf, lid, Romeins cijfer, gedachtestreep, letter, zin etc., telkens gescheiden door een komma en een spatie;
- ii. opschrift van het verdrag, de richtlijn, het wetboek, de wet of het besluit - eventueel met de aanduiding van de datum of het jaartal als er verschillende normen met hetzelfde opschrift elkaar opgevolgd hebben - of de gebruikelijke afkorting ervan.
- Art. 12 BUPO-Verdrag.
- Art. 6 EVRM.
- Art. 3, 2, d Vogelrichtlijn.
- Art. 248 Strafwetboek (of Sw.).
- Art. 4.1.2.1, § 2 VLAREM II.
- Art. 10 WIB 1992.
91. Een verwijzing naar de officiële publicatie is hier niet noodzakelijk, omdat deze teksten in de meeste wettenverzamelingen zijn opgenomen en trouwens vaak worden gewijzigd.
2.1.4. Internationaalrechtelijke normen
Het internationaal recht wordt gekenmerkt door een veelheid van geschreven en ongeschreven bronnen, die in grote mate verschillen van het nationaal recht. Hierna komen enkel de meest gebruikelijke geschreven bronnen aan bod.
2.1.4.1. Verdragen
92. Verdragen worden officieel gepubliceerd in speciale publicaties die uitgaan van internationale organisaties of van staten. De belangrijkste officiële publicaties die uitgaan van internationale organisaties zijn de League of Nations Treaty Series/Recueil des Traités de la Société des Nations , de United Nations Treaty Series/Recueil des Traités des Nations Unies en de European Treaty Series/Série des Traités Européens (nu Treaty Series of the Council of Europe/Série des Traités du Conseil de l’Europe ). Verdragen worden in principe ook officieel gepubliceerd in het publicatieblad van het land dat partij geworden is bij het verdrag. In België is dat het Belgisch Staatsblad. Niet alle verdragen worden echter in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Naast de officiële collecties bestaan er ook niet-officiële publicaties. Sommige zijn algemeen, andere spitsen zich toe op bepaalde deelgebieden van het internationaal recht.
93. Vaak aangehaalde internationale verdragen/akten mogen verkort geciteerd worden ( supra nr. 90).
94. Minder bekende internationale verdragen/akten kunnen op de volgende manier geciteerd worden:
- i. artikel, eventueel gevolgd door aanduiding van paragraaf of lid (artikel kan eventueel als art. afgekort worden);
- ii. aard van de internationale akte (verdrag, protocol, handvest, overeenkomst, statuut, akte ...);
- iii. naam van het verdrag of de internationale akte, vaak inclusief de plaats van ondertekening;
- iv. datum van ondertekening door de originele verdragsluitende partijen (voorafgegaan door ‘van’);
- v. vindplaats (bij voorkeur wordt verwezen naar de authentieke tekst, zoals die, naargelang van het geval, in de internationale of nationale overheidspublicatie is terug te vinden);
- vi. bladzijde.
- Art. 10 verdrag van Wenen inzake consulair verkeer van 24 april 1963, United Nations Treaty Series, vol. 596, 261.
- Art. 3 verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969, BS 25 december 1993, 28.706.
- Art. 6 kaderverdrag voor de bescherming van het marinemilieu van de Kaspische Zee van 4 november 2003, International Legal Materials 2005, 3.
2.1.4.2. Besluiten van internationale organisaties
95. Internationale en regionale organisaties kennen een grote variëteit aan besluiten. Bij voorkeur wordt naar de authentieke versie verwezen (doorgaans in het Engels of Frans, zo mogelijk Nederlands), behalve als het gaat om zeer courante instrumenten.
96. Besluiten van internationale organisaties kunnen op de volgende manier geciteerd worden:
- i. artikel (eventueel afgekort als ‘art.’) of paragraaf;
- ii. aard van de akte;
- iii. nummer (en bij de Algemene Vergadering van de VN de sessie) en, indien van toepassing, opschrift van de akte;
- iv. orgaan dat het besluit heeft aangenomen;
- v. datum tussen haakjes;
- vi. vindplaats in de officiële publicatie;
- vii. jaartal tussen haakjes.
- Report of the Working Group on Minorities on its Twelfth Session (24 August 2006), UN Doc. A/HRC/Sub. 1/58/19 (2006).
- Resolutie 1803 (XVII) van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (14 december 1962), UN Doc. A/5217 (1962) [citeerwijze van de oudere resoluties].
- Resolutie 58/318 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (20 september 2004), UN Doc. A/RES/58/318 (2004) [vandaag gangbare citeerwijze].
- Resolutie 1729 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (15 december 2006), UN Doc. S/RES/1729 (2006).
- Conférence des Chefs d’Etat et de Gouvernement, Déclaration de Syrte (9 septembre 1999), OUA Doc. EAHG/Decl. (IV) Rev. 1 (1999).
2.1.5. Europeesrechtelijke normen
97. Vaak voorkomende Europese normen mogen verkort geciteerd worden ( supra nr. 90). Voor minder bekende Europeesrechtelijke normen gelden de volgende regels.
De hier beschreven interne regels wijken af van wat gebruikelijk is in het Europese recht. De auteur heeft de keuze tussen beide systemen, wellicht naargelang van zijn forum van publicatie. Binnen dezelfde publicatie moet men uiteraard consequent zijn.
98. Voor Europeesrechtelijke verdragen en besluiten van andere Europese organisaties dan de Europese Unie kan naar analogie verwezen worden naar wat hiervoor gezegd is over internationaalrechtelijke verdragen respectievelijk besluiten.
- Statuut van de Raad van Europa van 5 mei 1949, CETS, nr. 1.
99. Besluiten van de Europese Unie, het zogenaamde secundaire recht, kunnen op de volgende manier geciteerd worden:
- i. artikel, eventueel gevolgd door aanduiding van paragraaf of lid;
- ii. aard van de akte (verordening, richtlijn ...)
- iii. orgaan waarvan ze uitgaan;
- iv. nummer van de akte;
- v. datum van de akte (voorafgegaan door een komma);
- vi. opschrift van de akte;
- vii. vindplaats in de officiële publicatie, met vermelding van datum, aflevering en bladzijde.
- Art. 1 Verord.Raad nr. 2626/84, 15 september 1984 houdende wijziging van artikel 1 van verordening (EEG) nr. 3180/78 tot wijziging van de waarde van de rekeneenheid die wordt gebruikt door het Europees Fonds voor Monetaire Samenwerking, Pb.L. 16 september 1984, afl. 247, 1.
- Verord.Comm. nr. 1251/81, 11 mei 1981 houdende afwijking van verordening (EEG) nr. 2041/75 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten in de sector olieen en vetten met het oog op uitvoer van olijfolie naar Polen, Pb.L. 12 mei 1981, afl. 126, 6.
- Gemeenschappelijke strategie Europese Raad nr. 2000/458/GBVB, 19 juni 2000 voor het Middellandse-Zeegebied, Pb.L. 22 juli 2000, afl. 183, 5.
2.1.6. Interne normen
100. Het woord ‘wet’ wordt niet afgekort. Voor een decreet, afgekort als ‘Decr.’, is het aangewezen aan te geven van welke deelstaat (Vl., Fr., W., D.) het uitgaat. Voor een ordonnantie wordt aangegeven of ze van het gewest (Br.Gew.) of van de gemeenschapscommissie (Gem.Gem.Comm.) uitgaat. De onderdelen van deze afkortingen worden niet gescheiden door een spatie.
- Wet 10 april 1995 tot aanvulling van de Nieuwe Gemeentewet met bepalingen betreffende de gemeentelijke volksraadpleging, BS 21 april 1995, 10.134.
- Art. 1 Decr.Fr. 30 mei 1994 houdende wijziging van het decreet van de Franse Gemeenschap van 18 juni 1990 houdende regeling van het toezicht over de Franse Gemeenschapscommissie, BS 23 augustus 1994, 21.255.
101. Vaak aangehaalde wetten mogen verkort geciteerd worden ( supra nr. 90).
102. In een referentie aan een andere wettekst of uitvoeringsbesluit worden de volgende gegevens, die alle essentieel zijn voor de identificatie van de tekst, in de aangegeven volgorde vermeld:
- i. artikel (afgekort als ‘art.’, zonder hoofdletter, tenzij in het begin van een zin), eventueel gevolgd door aanduiding van paragraaf, lid, Romeins cijfer, gedachtestreep, letter, zin etc., telkens door een komma en een spatie gescheiden;
- ii. aanduiding of het gaat om een wet, decreet, ordonnantie, besluit etc.;
- iii. datum;
- iv. opschrift;
- v. verwijzing naar de vindplaats in de officiële publicatie.
Wat het Staatsblad betreft, wordt verwezen naar wat reeds gezegd werd ( supra nr. 86 et seq. ). De verwijzing naar het bestuursmemoriaal van een provincie gebeurt door de vermelding Bestuursmemoriaal, gevolgd door de naam van de provincie, het jaar en de pagina.
- Art. 577-4, § 1, derde lid, 4° BW.
- Art. 2 wet 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en modernisering van de strafrechtspleging, BS 21 juli 1994, 19.117.
- B.Prov.R. West-Vlaanderen 25 januari 2007 houdende de vaststelling van wat onder het begrip dagelijks bestuur wordt verstaan, Bestuursmemoriaal West-Vlaanderen 2007, 15-17.
2.1.7. Voorbereidende documenten
2.1.7.1. Internationaalrechtelijk
103. Het sluiten van een verdrag wordt doorgaans voorafgegaan door een onderhandelingsproces. De neerslag van deze onderhandelingen of voorbereidende werken van een verdrag wordt in het internationaal recht de travaux préparatoires genoemd. De travaux préparatoires worden vaak niet gepubliceerd, zeker bij bilaterale, oudere of minder belangrijke internationale verdragen. Wanneer ze wel gepubliceerd worden, kunnen ze de vorm aannemen van een document van een orgaan van de internationale of regionale organisatie waarbinnen het verdrag tot stand kwam ofwel van een officiële of private publicatie die de verslagen van de diplomatieke conferentie bundelt. Naar deze bronnen wordt verwezen zoals naar documenten van de internationale of regionale organisaties waarvan ze uitgaan of als document opgenomen in de officiële of private publicatie.
- UN Doc. E/CN.4/SR.260 (1952), 4 [stemming door de leden van de VN Commissie voor de Rechten van de Mens over een voorstel dat later artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten zal worden].
- UNCIO Doc. Vol. VI (1945), 296 [voorstel van de Sovjetunie op de diplomatieke conferentie van San Francisco, waar het VN-Handvest werd onderhandeld].
- M.J. Bossuyt, Guide to the “Travaux Préparatoires” of the International Covenant on Civil and Political Rights, Dordrecht, Martinus Nijhoff, 1987, 75 [verwijzing naar een passage in de voorbereidende documenten van het BUPO-Verdrag].
2.1.7.2. Europeesrechtelijk
104. Binnen de Europese instellingen is het gebruik gegroeid om, zoals bij andere organisaties, alle documenten een herkenbare code te geven. De meeste voorbereidende documenten van de wetgeving kunnen vandaag online geconsulteerd worden via de website van Eur-Lex. Hoe de concrete totstandkoming van een norm verloopt, kan gevolgd worden via Prelex (http://ec.europa.eu/prelex). De site geeft in een zoekscherm ook een overzicht van alle mogelijke documenten (adviezen van allerhande instanties, begrotingsberaadslagingen, politieke akkoorden, raadplegingen, resoluties etc.). Bij wijze van voorbeeld enkele codeverklaringen:
- COM(90)220 [Commissiedocument nr. 220 van 1990].
- COM(90)220/2 [Commissiedocument nr. 220 van 1990, tweede versie].
- COM(90)220 def. [Commissiedocument nr. 220 van 1990, definitieve versie].
- COM/2001/0899 [Commissiedocument nr. 899 van 2001].
- SEC(95)314 [Intern document van het secretariaat-generaal nr. 314 van 1995].
- DG V/235/89 [Document nr. 235 van het directoraat-generaal V van 1989].
2.1.7.3. Parlementaire voorbereiding van interne wetgeving
105. Met de uitdrukking ‘parlementaire stukken’ worden alle officiële voorbereidingsstukken van alle wetgevende vergaderingen in België bedoeld. Bij een verwijzing naar deze documenten worden de volgende gegevens in de aangeduide volgorde vermeld:
- i. officieel opschrift (waaruit ook de aard van het document blijkt: wetsontwerp, memorie van toelichting, amendement etc.);
- ii. vindplaats, afgekort als ‘ Parl.St. ’ (zonder spatie);
- iii. wetgevende vergadering waarvan het document uitgaat;
- iv. zittingsjaar (met eventuele aanduiding dat het een buitengewone zitting betreft);
- v. nummer en subnummer van het document (voor een begrotingsdocument de toevoeging van een Romeins cijfer, infra nr. 110);
- vi. bladzijde.
106. Bij een eerste verwijzing naar een parlementair document - bv. wetsontwerp, wetsvoorstel, verslag van een parlementaire commissie etc - dient het volledige opschrift van het stuk te worden weergegeven. Bij voorstellen wordt vaak de naam van de eerste indiener vermeld. Van tweetalige stukken wordt de Nederlandse titel opgegeven. Van eentalige stukken wordt de titel in die taal geciteerd.
- Voorstel van wet waarbij de ontvluchting van gedetineerden strafbaar wordt gesteld, Parl.St. Kamer 1991-92, nr. 241.
- Begroting van het Ministerie van Openbare Werken voor het begrotingsjaar 1980, Parl.St. Kamer 1979-80, nr. 4-XVI/l, 7.
- Projet de décret contenant le budget de la Communauté française de l’année budgétaire 1987, Parl.St. Fr.Gem.R. 1986-87, nr. 4-111/l, 77.
- Voorstel van decreet (P. Lachaert et al.) houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, wat de verhouding tussen de milieuvergunning en de bouwvergunning betreft, Parl.St. Vl.Parl. 2006-07, nr. 1.239/1.
107. Wat de vindplaats betreft, gebruikt men steeds de afkorting Parl.St. Er wordt dus geen rekening mee gehouden dat deze stukken onder andere benamingen, zoals Parlementaire Documenten, Parlementaire Bescheiden en Gedrukte Stukken gepubliceerd werden of worden. De afkorting wordt gecursiveerd, in een handgeschreven tekst onderstreept.
108. Gelet op het aantal parlementaire vergaderingen , verdient het aanbeveling steeds de afkorting van de Nederlandse benaming te gebruiken (zie de lijst in randnr. 236).
109. De parlementaire zitting bestrijkt gewoonlijk een gedeelte van twee opeenvolgende burgerlijke jaren. In de referentie wordt de eeuw van het zittingsjaar slechts bij het eerste jaartal aangeduid. Gaat het om een buitengewone zitting, dan wordt dit door de afkorting ‘BZ’ duidelijk gemaakt.
110. Bij verwijzing naar een nummer van een parlementair stuk wordt dit cijfer voorafgegaan door de aanduiding ‘nr.’ Het subnummer van een parlementair stuk krijgt geen bijzondere aanduiding en wordt van het nummer gescheiden door een schuine streep.
De Kamer van Volksvertegenwoordigers gebruikt sinds geruime tijd een documentcijfer waarvan het eerste getal verwijst naar de legislatuur (in 2007 is de 52ste ingegaan). Dit vormt integraal deel van het nummer en wordt dus overgenomen in de verwijzing (zonder de vermelding ‘DOC’ evenwel). In 1995 startte ook de Senaat met een gelijkaardig systeem (tijdens de legislatuur die gestart is met de verkiezingen van 2007 dragen alle stukken een begincijfer 4).
Het Romeinse cijfer ter aanduiding van een begrotingsdocument wordt tussen het nummer en het subnummer geplaatst. Het wordt van het nummer gescheiden door een liggend streepje.
- Wetsvoorstel (K. Lalieux et al.) tot wijziging van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2bis van het Burgerlijk Wetboek, teneinde de automatische hernieuwing van de handelshuur te garanderen, Parl.St. Kamer 2006-07, nr. 51K3082/001.
- Verslag over het wetsontwerp houdende instemming met de Europese conventie met betrekking tot het landschap, gedaan te Firenze op 20 oktober 2000, Parl.St. Senaat 2003-04, nr. 3-506/2.
- Amendement (R. Daems) op het voorstel van decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, Parl.St. Vl.Parl. 2006-07, nr. 867/8.
111. De pagina wordt, conform de algemene regel, steeds vermeld in Arabische cijfers zonder voorafgaande aanduiding met ‘p.’
112. Voor de verslagen van de parlementaire besprekingen ( Parlementaire Handelingen ) geldt:
- i. vindplaats, afgekort als Hand. (er wordt dus geen rekening gehouden met het feit dat deze documenten onder verschillende titels gepubliceerd werden en worden, bv. Integraal verslag, verslagen );
- ii. wetgevende vergadering (en desgevallend de commissie) waarvan het document uitgaat;
- iii. zittingsjaar (met eventuele aanduiding dat het een buitengewone zitting betreft);
- iv. datum;
- v. eventueel het nummer (de wetgevende vergaderingen gebruiken verschillende nummeringssystemen);
- vi. bladzijde.
- Hand. Kamer 1989-90, 23 mei 1990, 68-79.
- Hand. W.Gew.R. 1980-81, 25 november 1980, 5.
- Vraag om uitleg van de heer Jan Peumans tot mevrouw Hilde Crevits over de vervuiling op de Maas en het functioneren van het drinkwateralarmsysteem, Hand. Vl.Parl. 2007-08, 27 september 2007, nr. C2-LEE1, 8.
113. Mutatis mutandis gelden de verwijzingsregels voor de parlementaire handelingen ook voor de Parlementaire Vragen en Antwoorden. Daarbij mogen echter ook het nummer van de vraag en de naam van de vraagsteller worden vermeld. Deze facultatieve vermeldingen worden dan tussen haakjes aan het einde van de referentie geplaatst. De naam van de bevoegde minister die het antwoord gaf, hoeft niet te worden vermeld, maar kan wel de duidelijkheid ten goede komen. Wat de publicatie betreft, gebruikt men de afkorting Vr. en Antw.
- Vr. en Antw. Kamer 1995-96, 29 januari 1996, 2039 (Vr. nr. 8 J. Valkeniers).
- Vr. en Antw. Vl.R. 1992-93, 25 september 1992, 13 (Vr. nr. 309 M. Aelvoet).
2.1.7.4. Documenten die reglementaire besluiten voorafgaan
114. Deze teksten verschijnen, wanneer ze worden gepubliceerd, samen met de desbetreffende reglementaire besluiten in het Belgisch Staatsblad. De verwijzing naar deze documenten, zoals het verslag aan de Koning of het advies van de Afdeling Wetgeving van de Raad van State, bevat het opschrift van het document, gevolgd door de woorden ‘bij het’ en de volledige vermelding van de betrokken tekst.
- Verslag aan de Koning bij het KB van 7 juni 2007 tot vaststelling van het huishoudelijk reglement van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, BS 29 juni 2007 (ed. 3).
- Adv.RvS 41.597/4 bij het KB van 21 december 2006 houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, BS 28 december 2006 (ed. 4).
2.1.7.5. Documenten van andere instanties
115. Ten slotte zijn er ook nog beleidsvoorbereidende en -ondersteunende documenten, zoals adviezen van SERV, NAR, CBFA etc. en beslissingen van instanties voor alternatieve geschillenregeling. Zeker bij een eerste verwijzing worden de benamingen best voluit geschreven.
- Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer (hierna CBPL), Advies over de door de Vlaamse Regering goedgekeurde nota met betrekking tot een verhoogde openbaarheid van het beloningsbeleid bij de Vlaamse overheid, 23 mei 2007, nr. 21/2007, www.privacycommission.be.
- Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (hierna Minaraad), Advies, 30 augustus 2007, www.minaraad.be/adviezen/2007/voorontwerp-van-besluit-inzake-de-invoering-van-een-haalbaarheidsstudie-voor-alternatieve-energiesystemen/2007-27.pdf.
- Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (hierna SERV), Advies, 12 september 2007, nr. 1197, www.serv.be/uitgaven.aspx?prm1=1&prm2=1197.
- Raadgevend Comité voor Bio-ethiek, Advies betreffende het gebruik van DNA-tests bij het bepalen van de afstamming, 13 november 2006, nr. 37, https://portal.health.fgov.be/portal/page?_pageid=56,512676&_dad =portal&_schema=PORTAL.
- Nationale Arbeidsraad (hierna NAR), [Uitvoering van het generatiepact en het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008 - Outplacement], 17 juli 2007, nr. 1617, www.cnt-nar.be.
- Commissie voor Boekhoudkundige Normen (hierna CBN), Advies over de boekhoudkundige verwerking van het bedrag waarmee de waarde stijgt van de voorraad van erkende diamanthandelaars ingevolge de herwaardering hiervan met toepassing van de wet van 26 november 2006, 21 juni 2007, nr. 181-1, www.cnc-cbn.be.
- Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA), Reglement eigen vermogen: multilaterale ontwikkelingsbanken, 25 juli 2007, Omzendbrief PPB-2007-11-CPB, www.cbfa.be.
2.2. Rechtspraak
2.2.1. Hiërarchie en volgorde
116. Bij verwijzing naar verschillende rechterlijke beslissingen moet steeds een bepaald systeem worden geëerbiedigd, met name hiërarchisch of chronologisch. Uiteraard dient het door de auteur vrij gekozen systeem consequent te worden toegepast.
117. Indien men kiest voor de hiërarchische volgorde, worden verwijzingen naar internationaalrechtelijke rechtspraak boven de verwijzingen naar interne rechtspraak geplaatst. De hiërarchische volgorde voor interne rechtspraak is de volgende:
- a. Grondwettelijk Hof (de oude benaming Arbitragehof wordt behouden voor de arresten tot 7 mei 2007);
- b. Hof van Cassatie;
- c. Raad van State;
- d. hoven van beroep, arbeidshoven, Militair Gerechtshof;
- e. hoven van assisen;
- f. arrondissementsrechtbanken;
- g. rechtbanken van eerste aanleg:
- (1) burgerlijke rechtbanken;
- (2) correctionele rechtbanken;
- (3) jeugdrechtbanken;
- (4) fiscale kamers;
- (5) beslagrechter;
- (6) strafuitvoeringsrechtbanken;
- h. arbeidsrechtbanken;
- i. rechtbanken van koophandel;
- j. krijgsraden;
- k. voorzitters van rechtbanken van eerste aanleg;
- l. voorzitters van arbeidsrechtbanken;
- m. voorzitters van rechtbanken van koophandel;
- n. politierechtbanken;
- o. vredegerechten;
- p. andere bestuursrechtelijke rechtscolleges;
- q. andere buitengerechtelijke (privaatrechtelijke) rechtscolleges en arbitrale uitspraken.
118. Indien men kiest voor een chronologische volgorde, worden de uitspraken volgens datum gerangschikt, beginnend met de oudste of de recentste. Ook daarbij is het belangrijk in eenzelfde tekst consequent te zijn.
119. In bepaalde gevallen kan het wenselijk zijn om rechterlijke beslissingen te groeperen per zaak. Facultatief kan men dan eerst verwijzen naar de beslissing in eerste aanleg, daarna naar de uitspraak in hoger beroep en ten slotte naar het arrest van het Hof van Cassatie. Indien men eerst verwijst naar de beslissing in eerste aanleg duidt men het best aan of de uitspraak werd bevestigd of gewijzigd in beroep en of de voorziening in cassatie werd aangenomen of afgewezen. In geval van vernietiging kan uiteraard ook melding worden gemaakt van de beslissing van het rechtscollege waarnaar de zaak werd verwezen en eventueel van de tweede cassatie-uitspraak evenals van de beslissing van de tweede rechter waarnaar het Hof van Cassatie de zaak verwees.
- Rb. Luik 28 maart 1950, Pas. 1951, III, 31, bevestigd door Luik 22 februari 1951, JL 1950-51, 201, vernietigd door Cass. 16 mei 1952, Arr.Verbr. 1952, 513, bevestigd door Brussel 4 mei 1954, JT 1954, 458, voorziening afgewezen door Cass. 16 februari 1955, Arr.Verbr. 1955, 497.
2.2.2. Onderdelen van de verwijzing
120. De volgende verwijzingsregels werden opgesteld met het oog op verwijzing naar zowel interne als internationaalrechtelijke rechtspraak. Voor deze laatste kan men echter ook opteren voor de internationaal meer gangbare afwijkende verwijzingswijze, die beschreven wordt onder 2.2.6. Voor verwijzingen naar buitenlandse rechtspraak ( supra nr. 63 et seq. ).
121. In een referentie aan een rechterlijke uitspraak worden de volgende gegevens in de aangegeven volgorde vermeld:
- i. rechterlijke instantie (facultatief het kamer- of kantonnummer);
- ii. datum van de uitspraak;
- iii. in voorkomend geval het nummer;
- iv. in voorkomend geval de namen van de partijen;
- v. in voorkomend geval de vindplaats;
- vi. in voorkomend geval de verbijzondering ‘(verkort)’, ‘(dispositief)’ of ‘(weergave)’;
- vii. in voorkomend geval de conclusie of het advies van het Openbaar Ministerie of een noot onder de beslissing.
Of een element al dan niet verplicht vermeld moet worden, hangt ervan af of de vindplaats gedrukt is, dan wel een onlinebron.
De rechterlijke instantie en de datum van de uitspraak worden in elk geval steeds eerst vermeld omdat deze velden altijd verplicht zijn.
2.2.2.1. Rechterlijke instantie
122. De aanduiding van de rechterlijke instantie is altijd verplicht. Voor de afkortingen ervan wordt verwezen naar de lijst in deel III ( infra nrs. 238-239).
- HvJ 16 mei 1984, Jur. 1984, 2101.
- Beneluxhof 26 maart 1993, www.courbeneluxhof.info, v° Organisatie van het Hof.
- Antwerpen 5 september 2006, NJW 2007, 132, noot SDR.
123. Bij uitspraken van rechterlijke instanties die in meer dan één gerechtelijk ressort voorkomen (dus bv. niet voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het Grondwettelijk Hof of het Hof van Cassatie) wordt steeds de toepasselijke plaatsnaam meegedeeld. Plaatsnamen worden in het Nederlands weergegeven, wanneer er een courante Nederlandstalige benaming bestaat.
- Luik 17 oktober 1987, JLMB 1994, 1148.
124. Bij sommige rechtbanken van koophandel, arbeidsrechtbanken en -hoven bestaan er afdelingen die buiten de eigenlijke zetel van het gerecht zitting hebben. Men vermeldt hier de afdeling tussen ronde haakjes.
- Kh. Dendermonde (afd. St.-Niklaas) 7 maart 1995, AJT 1994-95, 335, noot M. De Zutter.
125. Wanneer een zelfde plaats verschillende vredegerechten heeft, moet het toepasselijke kanton tussen haakjes worden vermeld na de plaatsnaam van dit gerecht. Het nummer van het kanton wordt weergegeven in Romeinse cijfers.
- Vred. Leuven (II) 18 mei 1993, Iuvis 1994, 295.
126. Wanneer de rechtbank of het hof is samengesteld uit verschillende kamers, kan, voor zover men dat nuttig acht (wanneer de auteur bijvoorbeeld precies de divergentie in de rechtspraak van de verschillende kamers van een zelfde instantie wil bespreken), het kamernummer tussen haakjes vermeld worden, na de plaatsnaam van de rechterlijke instantie.
- Antwerpen (3de k.) 2 februari 1993, RW 1993-94, 648, noot A. Carette.
2.2.2.2. Datum van de uitspraak
127. De datum van de rechterlijke uitspraak wordt als volgt aangeduid:
- de dag wordt uitgedrukt in Arabische cijfers;
- de maand wordt voluit geschreven;
- het jaartal wordt voluit in Arabische cijfers opgegeven.
- Cass. 24 december 1993, Arr.Cass. 1993, 1117 en Pas. 1993, I, 1118.
2.2.2.3. Nummer van de uitspraak
128. Vermits een rechtscollege vaak meer uitspraken op dezelfde dag doet, zal een verdere identificatie noodzakelijk zijn. Bij sommige rechtscolleges is dit het nummer van de algemene rol (afgekort als ‘AR’), bij andere een arrestnummer (afgekort als ‘nr.’).
Het nummer wordt steeds gebruikt voor de arresten van het Arbitragehof/Grondwettelijk Hof, van de Raad van State en van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Voor andere rechtspraak wordt het nummer geciteerd als men naar de onlinevindplaats verwijst.
129. De vermelding van het rolnummer (‘AR’) en het zaak- of arrestvolgnummer (‘nr.’) wordt na een komma toegevoegd na de datum van de uitspraak. Hierbij wordt best gebruik gemaakt van de noteerwijze (al dan niet met spaties, punten of schuine strepen) van het originele document.
Omdat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2007 een nieuwe arrestnummering gestart is voor de cassatiebeschikkingen over de toelaatbaarheid van het administratieve cassatieberoep, is er een groot verschil tussen de volgnummering van de verschillende soorten uitspraken. Om het onderscheid duidelijk te maken, wordt voor deze cassatiebeschikkingen ‘(c)’ toegevoegd na het nummer.
- GwH 19 juli 2007, nr. 106/2007.
- Cass. 22 juni 2007, AR C030211F.
- RvS 4 december 2003, nr. 126.049.
- RvS 26 juli 2007, nr. 999 (c).
- RvV 20 januari 2008, nr. 265.
2.2.2.4. Partijen
130. De identificatie van de gedingvoerende partijen mag eveneens worden toegevoegd na de datum van de rechterlijke uitspraak. Bij de Raad van State, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Gerechtshof is het zelfs gebruikelijk de naam van een of beide partijen te vermelden. Voor beslissingen van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen is het dan weer nutteloos de partij te vermelden, aangezien de beslissingen bij publicatie geanonimiseerd worden.
Tussen namen van tegenpartijen wordt een schuine streep aangebracht (eiser/verweerder). Bij uitspraken van objectief contentieux, waar de overheid ipso facto tegenpartij is, volstaat de naam van de verzoekende partij. De combinatie van arrestvolgnummer en identificatie van de partijen wordt desgevallend gescheiden door een komma.
- EHRM 8 juli 1986, nr. 9815/82, Lingens/Oostenrijk.
- Cass. 12 november 1991, AR 4756, Michem/Hoeyaert, Arr.Cass. 1991-92, 232 en Pas. 1992, I, 197.
- RvS 25 november 2004, nr. 137.642, Ingrosso.
2.2.2.5. Vindplaats
131. Traditioneel was rechtspraak enkel in gedrukte vorm consulteerbaar in ‘officiële’ gedrukte repertoria en tijdschriften. Het begrip ‘officieel’ kan eigenlijk moeilijk gehanteerd worden in verband met rechtspraak. De enige ‘authentieke’ versie van een uitspraak is de minuut bewaard in het gerechtelijke archief. De wet voorziet soms wel in een verplichte publicatie en enkele hoge hoven hebben vroeger gedrukte reeksen uitgegeven of bieden nu een databank aan via hun website.
2.2.2.5.1. Gedrukte verzamelingen
132. De arresten van het Grondwettelijk Hof worden in gedrukte vorm tweemaal officieel bekendgemaakt: in het Belgisch Staatsblad (arresten m.b.t. beroepen tot nietigverklaring in de rubriek ‘wetten, decreten, ordonnanties en verordeningen’, arresten m.b.t. prejudiciële vragen, in de rubriek ‘officiële berichten’) en, niet noodzakelijk later, in de Arresten Grondwettelijk Hof (voortzetting van Arresten Arbitragehof ). Beide verwijzingen zijn gelijkwaardig, doch naar uittreksels mag slechts worden verwezen indien de bedoelde informatie, d.i. het beoogde tekstgedeelte, daar werkelijk te vinden is.
- Arbitragehof 30 april 1996, nr. 28/96, BS 4 mei 1996, 11.076.
- Arbitragehof 3 november 1994, nr. 79/94, AA 1994, 929.
133. De officiële Nederlandse tekst van cassatiearresten is te vinden in de Arresten van het Hof van Cassatie (van 1937 t.e.m. 1961: Arresten van het Hof van Verbreking ). De officiële Franstalige tekst vindt men in de Pasicrisie. Vóór 1937 en tussen 1961 en 1967 is er geen officiële publicatie in het Nederlands en dringt een referentie aan de Pasicrisie zich op.
De Pasicrisie beslaat tot 1998 jaarlijks 4 delen, daarna enkel cassatierechtspraak. Deel I bevat de arresten van het Hof van Cassatie, II van de hoven van beroep en III de uitspraken van rechtbanken van eerste aanleg. In het vierde deel komt de rechtspraak van de Raad van State aan bod, maar soms ook buitenlandse rechtspraak of de jurisprudentie van de vredegerechten.
134. De officiële Nederlandse tekst van de arresten van de Raad van State vindt men in de Verzameling van Arresten en Adviezen van de Raad van State (tot 1984), de Verzameling van de arresten van de Raad van State (tot 1994) en vanaf 1994 enkel online.
2.2.2.5.2. Tijdschriften
135. Refereert men aan een uitspraak gepubliceerd in een tijdschrift, dan wordt dit afgekort (zie afkortingenlijst op www.rechtsaf.be) en gecursiveerd, in handgeschreven teksten onderstreept.
- Gent 17 november 2006, TBO 2007, 72.
136. De jaargang van het tijdschrift wordt voluit in Arabische cijfers geschreven.
- Rb. Turnhout 28 mei 1993, Verkeersrecht 1994, 20.
137. Wanneer een jaargang van een tijdschrift een gedeelte van twee opeenvolgende burgerlijke jaren in dezelfde eeuw bestrijkt, dan wordt de eeuw slechts bij het eerste jaartal aangeduid. Bij de laatste jaargang van een eeuw wordt het tweede jaartal niettemin volledig aangehaald. De twee jaartallen worden met een horizontaal streepje met elkaar verbonden.
- Vred. Torhout 27 oktober 1994, AJT 1994-95, 195, noot P. Taelman.
- Cass. 19 maart 1999, RW 1999-2000, 252.
138. De bladzijde of de kolom wordt in de regel vermeld in Arabische cijfers, zonder voorafgaande aanduiding ‘p.’ of ‘k.’
- Brussel 10 februari 1995, JLMB 1995, 593 en JT 1995, 427.
139. Als de redactie van een tijdschrift een eigen volgnummer aan een vonnis of arrest geeft, dan hoeft hiernaar niet verwezen te worden, maar volstaat de verwijzing naar de pagina.
- Corr. Oudenaarde 7 februari 2002, RPS 2004, 284, noot S. Kettmann [in dit voorbeeld draagt het besproken vonnis nr. 6922, maar dit hoeft dus niet te worden vermeld].
Indien de paginering echter niet doorloopt, maar per volgnummer herbegint, dan moet wel eerst het volgnummer vermeld worden, voorafgegaan door ‘nr.’
- Kh. Brussel 28 september 1977, RGAR 1978, nr. 9912, 2.
Ook wanneer het randnummer verschillende bladzijden beslaat, komt de verwijzing naar het randnummer voor die naar de bladzijde.
- Kh. Brussel 15 maart 1976, Rec.gén.enr.not. 1976, nr. 22.145, 237.
140. Wanneer de paginering van een tijdschrift bij ieder tijdschriftnummer opnieuw bij één begint, vermeldt men hetzij de aflevering, hetzij de datum van het tijdschriftnummer. Loopt de paginering de hele jaargang door, dan verdient de uitsluitende verwijzing naar de pagina de voorkeur.
- Corr. Brussel 21 oktober 1985, Journ.proc. 10 januari 1986, 29.
- Corr. Namen 31 maart 1980, JJD 1983, afl. 33, 5, noot J. Bodson.
- Cass. 6 mei 1993, RCJB 1994, 163, noot F. Rigaux.
141. Een enkele keer verwijst het cijfer op een bladzijde naar de twee bedrukte zijden van de pagina. In dat geval kan - zo nodig - de verwijzing naar de pagina worden aangevuld met de aanduiding ‘ recto ’ (‘ r° ’) of ‘ verso ’ (‘ v° ’), naargelang men de voorzijde of de keerzijde bedoelt.
- Kh. Brussel 28 september 1977, RGAR 1978, nr. 9912, 2 r°.
142. In de regel wordt in een referentie aan een rechterlijke uitspraak alleen de beginbladzijde (-kolom) vermeld. Wil men echter refereren aan een welbepaalde passus in het arrest of vonnis, dan zijn er twee mogelijkheden:
- ofwel volgt men de indeling van de gerechtelijke instantie indien die haar overwegingen of alinea’s genummerd heeft;
- in het andere geval wordt verwezen naar de bladzijde en telt men de gewenste alinea; in een HTML-tekst zal desnoods enkel met deze telling kunnen gewerkt worden of moet men de eerste woorden van de geviseerde passage citeren, zodat die met een zoekfunctie kan gevonden worden.
Ook als men naar een passage van een uitspraak in een tijdschrift verwijst, is het aanbevolen de beginbladzijde (- kolom) te vermelden. Dit cijfer wordt tussen haakjes geplaatst.
- Arbitragehof 16 juni 1994, nr. 47/94, RW 1994-95, (287) 288-289.
- GwH 21 februari 2008, nr. 24/2008, 8, overw. B.4.1.
143. Hierboven was alleen sprake van publicatie van rechtspraak in tijdschriften. Sporadisch wordt rechtspraak ook gepubliceerd in een caseboek, cursus etc. In dat geval volgt na rechterlijke instantie en datum (en eventuele verdere identificatie) het woord ‘in’ en de gegevens van een boek zoals verder besproken wordt, infra nr. 166 et seq.
- Cass. 5 november 1920, Pas. 1920, I, 193-240 en in J. Dujardin en J. Vande Lanotte (eds.), Inleiding tot het publiek recht, I, Basisbegrippen, Brugge, die Keure, 1997, 114.
2.2.2.5.3. Onlinevindplaatsen
144. Aangezien steeds meer rechtspraak online wordt gepubliceerd, in het bijzonder van de hoogste, administratieve en buitengerechtelijke rechtscolleges, wordt verwezen naar wat daarover in het algemeen deel werd geschreven ( supra nr. 39 et seq. ). Er wordt herinnerd dat voor full text bestanden, die vrij toegankelijk zijn in een overheidsdatabank, de URL niet hoeft te worden vermeld (Hof van Justitie en Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschappen, Benelux Gerechtshof, Grondwettelijk Hof, Hof van Cassatie, Raad van State ...).
145. Alle arresten van het Grondwettelijk Hof en het Arbitragehof zijn te vinden op www.grondwettelijkhof.be.
- Arbitragehof 21 december 2000, nr. 136/2000.
- GwH 26 juli 2007, nr. 113/2007.
146. De arresten van het Hof van Cassatie vanaf 1990 zijn terug te vinden op http://jure.juridat.just.fgov.be, eveneens te bereiken via de website van het Hof (www.cass.be) en de algemene databank Juridat (www.juridat.be).
- Cass. 16 maart 2007, AR F050049N.
147. De arresten van de Raad van State zijn vanaf het gerechtelijke jaar 1994-95 te raadplegen op de website van de Raad (www.raadvanstate.be).
- RvS 4 december 2003, nr. 126.049.
148. Voor andere rechtspraak is een verwijzing naar de URL noodzakelijk. Enkele voorbeelden:
- Antwerpen (6de k.) 14 juni 2005, X/Provinciebestuur Limburg, www.diversiteit.be.
- Vlaamse Geschillenraad voor Radio en Televisie 17 februari 1999, nr. 001/99, GAIA/VRT, www.vlaamseregulatormedia.be.
- Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame 15 maart 2006, Carglass NV, www.jepbelgium.be.
- Raad voor de Journalistiek 8 februari 2007, nr. 2007-02, Parket Antwerpen/hoofdredacteur van De Standaard, www.rvdj.be.
- Centrum voor Arbitrage en Mediatie (Geschillen domeinnamen.be) 7 februari 2002, nr. 44.013, Guiness/O. Noël, www.cepina.be.
2.2.2.6. Noten en conclusies
149. Een samen met de geconsulteerde rechterlijke beslissing gepubliceerde conclusie van het Openbaar Ministerie wordt steeds vermeld. Dit geldt ook voor noten die meer inhouden dan een loutere verwijzing. Wanneer een beslissing wordt gepubliceerd met zowel een noot als een conclusie van het Openbaar Ministerie, dan wordt in de verwijzing eerst de conclusie en vervolgens de noot vermeld.
150. Wanneer wordt verwezen naar verschillende beslissingen, waarvan sommige werden gepubliceerd met een noot, andere met een conclusie van het Openbaar Ministerie, heeft dit geen gevolg voor de volgorde waarin de beslissingen worden geciteerd.
- Cass. 17 november 1994, Journ.proc. 1995, afl. 275, 26, noot F. Tulkens; Cass. 6 maart 1985, Pas. 1985, I, 835, concl. E. Liekendael; Arbrb. Nijvel 4 oktober 1994, Rev.dr.étr. 1994, 383, noot.
151. De verwijzing naar een geannoteerd arrest of vonnis wordt gevolgd door het woordje ‘noot’ met daarachter de initialen van de voornaam en de naam van de auteur of alleen zijn of haar initialen (indien de noot of verwijzende noot alleen met initialen is ondertekend). Is de noot anoniem, dan volstaat het woord ‘noot’. De titel van een noot hoeft niet vermeld te worden. Voor de verwijzing naar de noot zelf, infra nr. 194.
- Antwerpen (8ste k.) 9 september 1993, RW 1993-94, 406, noot.
- Antwerpen (7de k.) 25 november 1993, RW 1993-94, 990, noot S. Van Overbeke.
152. In een verwijzing naar conclusies en adviezen van het Openbaar Ministerie hoeft de titel van de betrokken parketmagistraat niet te worden vermeld: dergelijke titels zijn immers onderhevig aan verandering. Voor het overige gelden - mutatis mutandis - dezelfde regels als voor de noten bij rechtspraak.
- Cass. (ver. k.) 15 oktober 1993, RW 1993-94, 711, concl. G. D'Hoore [verwijzing naar arrest en conclusie].
- Concl. G. D'Hoore bij Cass. (ver. k.) 15 oktober 1993, RW 1993-94, 711 [verwijzing naar enkel de conclusie].
2.2.2.7. Interpunctie
153. De verwijzingselementen worden door komma’s van elkaar gescheiden, met volgende uitzonderingen:
- geen komma tussen de benaming van het rechtscollege en de datum van de uitspraak,
- geen komma tussen het tijdschrift en de jaargang.
Verwijzingselementen die tussen haakjes worden geplaatst, worden buiten beschouwing gelaten voor de plaatsing van komma’s buiten de haakjes.
154. Het kan wenselijk zijn verschillende vindplaatsen van eenzelfde rechterlijke beslissing aan te halen, bv. omwille van de annotaties. In dat geval worden de desbetreffende referenties best van elkaar gescheiden door komma’s, de twee laatste verwijzingen door het woordje ‘en’. Dit laatste geldt ook wanneer er slechts twee referenties zijn.
- Arbitragehof 2 maart 1995, nr. 19/95, JLMB 1995, 376, Journ.proc. 1995, afl. 28, 5 en P & B 1995, 36, noot.
155. Verwijzingen naar verschillende rechterlijke beslissingen worden van elkaar gescheiden door een kommapunt.
- Antwerpen 3 april 1995, Fisc.Koer. 1995, 301; Kh. Gent 5 december 1995, TGR 1995, 2; Kh. Kortrijk 6 maart 1995, AJT 1994-95, 372.
2.2.3. Herhaling van referenties
156. Om verwarring te vermijden en het opzoekingswerk van de lezer te vergemakkelijken, worden bij herhaling van verwijzingen naar rechtspraak de vindplaatsen het best steeds opnieuw volledig opgegeven, met uitzondering van het gebruik van ibid. in op elkaar volgende voetnoten.
2.2.4. Niet-gepubliceerde rechtspraak
157. Hoewel de verwijzing naar niet-gepubliceerde rechtspraak (dus ook niet online) over het algemeen af te raden is - omdat de lezer de juistheid van de bewering moeilijk kan controleren -, kan een rechtscollege of een auteur zo’n referentie toch noodzakelijk of wenselijk achten. In dat geval worden alle mogelijke verwijzingselementen die bekend zijn geciteerd, gevolgd door de vermelding ‘onuitg.’ en, in voorkomend geval, de bron waaraan men de referentie heeft ontleend.
- Cass. 29 maart 1995, AR P95248F, onuitg.
- Kh. St.-Niklaas 25 augustus 1936, aangehaald door J. Limpens, Prijshandhaving buiten contract bij verkoop van merkartikelen, Brussel, Bruylant, 1943, 60.
2.2.5. Uittreksels en samenvattingen
158. Verwijzingen naar rechtspraak waarvan alleen een uittreksel (bv. de Rechtspraak in kort bestek van het RW ) of een samenvatting (bv. de Sommaires van de JLMB) werd gepubliceerd, gebeuren als volgt: na de pagina volgt tussen haakjes en naargelang het geval ‘verkort’ (als een letterlijk uittreksel is gepubliceerd), ‘dispositief’ (als enkel het beschikkend gedeelte werd gepubliceerd) of ‘weergave’ (als de inhoud is weergegeven zonder dat kan worden nagegaan of men te maken heeft met een letterlijke weergave of niet: meestal gaat het om samenvattingen van de redactie).
- RvS 27 februari 1990, nr. 34.237, TBP 1991, 133 (verkort), noot.
- Arbrb. Luik 21 augustus 1990, J.dr.jeun. 1990, afl. 8, 30 (dispositief).
- HvJ 18 september 2003, RW 2004-05, 1474 (weergave).
2.2.6. Bijzondere regels voor internationaalrechtelijke rechtspraak
159. De laatste jaren is er een proliferatie van internationale hoven en tribunalen. De arresten van die rechtscolleges worden doorgaans gepubliceerd in speciale officiële publicaties. Meer en meer is ook een elektronische (niet-officiële) versie op de site van het desbetreffend hof of tribunaal consulteerbaar. In de praktijk zal een jurist vaak via deze weg de rechtspraak consulteren en dus wordt het aanvaardbaar hiernaar (en dus niet naar de gedrukte officiële publicatie) te verwijzen. Soms worden arresten ook als abstract of in extenso gepubliceerd in niet-officiële publicaties. Rechtspraak van internationale hoven en tribunalen wordt doorgaans in het Engels of Frans geciteerd, behalve wanneer er een officiële Nederlandse tekst bestaat. Eventueel kan bij Engelstalige of Franstalige rechtspraak de Nederlandse afgekorte vertaling van de zaak tussen haakjes toegevoegd worden.
160. Verwijzingen naar internationaalrechtelijke en Europese rechtspraak kunnen op een vergelijkbare manier opgebouwd worden als verwijzingen naar interne jurisprudentie. De hiervoor beschreven interne regels wijken echter af van wat gebruikelijk is in het internationale en Europese recht. De auteur heeft de keuze tussen beide systemen, wellicht naargelang van zijn forum van publicatie. Binnen dezelfde publicatie moet men uiteraard consequent zijn.
161. Rechtspraak van het Internationaal Gerechtshof en Permanent Hof van Internationale Justitie kan op de volgende manier geciteerd worden:
- i. IGH (of PHIJ)
- ii. naam van de zaak;
- iii. partijen tussen haakjes, in het Engelse gescheiden door ‘v.’ (‘ versus ’), in het Frans door ‘c.’ (‘ contre ’);
- iv. soort beslissing;
- v. vindplaats in de officiële publicatie ( ICJ Reports of Recueil CIJ ) (als het arrest/advies nog niet officieel gepubliceerd werd, de publicatie op de website of de niet-officiële publicatie);
- vi. bladzijde.
- PHIJ, Mavrommatis Palestine Concessions (Greece v. United Kingdom), PCIJ Series A, n° 2, 1924, 26.
- PHIJ, Certains intérêts allemands en Haute Silésie polonaise (Allemagne c. Pologne), Arrêt du 25 août 1926, Rec. CPJI A, n° 7.
- IGH, Corfu Channel (United Kingdom v. Albania), Preliminary Objection, ICJ Reports 1948, 15.
- IGH, Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua (Nicaragua v. United States of America), Judgement, ICJ Reports 1986, 14.
- IGH, The Legality of the Threat or Use of Nuclear Weapons, Advisory Opinion, ICJ Reports 1996, 256.
- IGH, Legal Consequences of the Construction of a Wall in the Occupied Palestinian Territory, Advisory Opinion (9 July 2004), www.icj-cij.org.
162. Rechtspraak van het Joegoslavië- en Rwandatibunaal kan op de volgende manier geciteerd worden:
- i. Joegoslaviëtribunaal of Rwandatribunaal;
- ii. naam van de zaak;
- iii. soort beslissing;
- iv. nummer van de zaak;
- v. datum van de beslissing tussen haakjes.
- Joegoslaviëtribunaal, Prosecutor v. Tadic, Decision on Jurisdiction, Case No. IT-94-1-AR 72 (2 oktober 1995).
163. Rechtspraak van het Europees Hof en de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens kan op de volgende manier geciteerd worden:
- i. EHRM of ECRM;
- ii. partijen;
- iii. facultatief de vindplaats in de officiële publicatie met jaargang en bladzijde.
- EHRM, W. v. United Kingdom, DR 1983, 32.
- EHRM, Kostovski v. The Netherlands, ECHR 1990, Ser. A, 221.
- EHRM, Papachelas v. Greece, ECHR 1999-II.
De verwijzing naar een geconsulteerde onlinepublicatie wordt dan:
- EHRM, Kostovski v. The Netherlands, 1990.
Een volledige lijst van verwijzingen naar uitspraken is consulteerbaar op de site: www.echr.coe.int/ECHR/EN/Header/Case-Law/HUDOC/HUDOC+database.
164. Rechtspraak van het Hof van Justitie en Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschappen en het Gerecht voor Ambtenarenzaken van de Europese Gemeenschappen kan op de volgende manier geciteerd worden:
- i. HvJ, Ger. EG of Ger. Ambt. EU;
- ii. nummer van de zaak;
- iii. partijen (eventueel afgekort als de zaak gekend is onder de afkorting);
- iv. vindplaats in de officiële publicatie ( Jur., gevolgd door ‘I’ voor arresten van het Hof van Justitie en door ‘II’ voor uitspraken van het Gerecht van Eerste Aanleg);
- v. jaartal;
- vi. bladzijde en eventueel paragraaf.
- HvJ 26/62, Van Gend en Loos, Jur. 1963, 1 [citeerwijze tot 1990].
- HvJ 43/75, Gabrielle Defrenne v. Belgische luchtvaartmaatschappij NV SABENA, Jur. 1976, 455.
- HvJ C-27/04, Commissie v. Raad, Jur. 2004, I, 6649.
- Ger. EG T-584/93, Roujanski v. Raad, Jur. 1994, II, 585.
- HvJ F-42/05, Francisco Rossi Ferreras v. Commissie [2007], voorlopig enkel te consulteren op www.curia.eu.
De verwijzing naar een geconsulteerde onlinepublicatie, zie http://curia.europa.eu, wordt dan:
- HvJ C-27/04, Commissie v. Raad, 2004.
165. De uitspraken van het Benelux Gerechtshof worden gepubliceerd in het Benelux Publikatieblad , verspreid door het Secretariaat-Generaal. Zij verschijnen eveneens in de Jurisprudentie van het Benelux Gerechtshof en bovendien zijn ze online consulteerbaar (www.courbeneluxhof.info).
- Beneluxhof 13 december 1994, nr. A 93/3, Benelux Jur. 1994, afl. 15, 56.
2.3. Rechtsleer
2.3.1. Onderdelen van de verwijzing
2.3.1.1. Boeken
2.3.1.1.1. Algemeen
166. In een referentie aan een boekwerk in een bibliografie worden de volgende gegevens in de aangeduide volgorde vermeld:
- i. familienaam van de auteur(s) in kleine kapitalen (met grote kapitalen voor de hoofdletters);
- ii. initialen van de opgegeven voornamen van de auteur (gevolgd door een punt);
- iii. volledige titel van het boekwerk, gecursiveerd (of in een handgeschreven tekst onderstreept);
- iv. aantal delen, zo er meerdere zijn, of aanduiding welbepaald deel;
- v. eerste plaatsnaam waar het werk is uitgegeven (in het Nederlands);
- vi. naam van de uitgever;
- vii. jaar van uitgave van het boekwerk of aanduiding dat het werk losbladig is (‘losbl.’);
- viii. totaal aantal pagina’s (eventueel folio’s, kolommen of nummers als er geen paginering is). Indien het voorwerk een afzonderlijke Romeinse paginering kent, kan die eveneens worden vermeld, gevolgd door een plusteken en het aantal pagina’s (zonder spaties). Romeinse en Arabische cijfers worden niet samengeteld.
De verschillende elementen van de verwijzing worden van elkaar gescheiden door komma’s.
- Vandeputte, R., Verbintenissen en overeenkomsten in kort bestek, Antwerpen, Kluwer rechtswetenschappen, 1986, 119 p.
- Mast, A., Dujardin, J., Van Damme, M. en Vande Lanotte, J., Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, Mechelen, Kluwer, 2006, xxxix+1172 p.
167. In een voetnoot dient de eerste referentie aan een boek dezelfde gegevens te bevatten, met dit verschil dat de initialen van de voornaam de familienaam voorafgaan. Wanneer men verwijst naar een specifieke passage, vermeldt men in de plaats van het aantal pagina’s van het werk, de begin- en eindpagina van de relevant geachte passage.
- H. Bocken, Preventie, toerekening en herstel van schade door milieuverontreiniging, Deventer, Kluwer, 1983, 115-117.
168. Wanneer in de tekst (corpus) de naam van de auteur en eventueel ook de titel van het werk zijn vermeld, worden deze gegevens in de voetnoot duidelijkheidshalve herhaald.
2.3.1.1.2. Auteurs
169. De volgende regels gelden alleen voor boeken waarbij alle auteurs verantwoordelijk zijn voor het hele werk. Is iedere auteur slechts verantwoordelijk voor zijn welomlijnde bijdrage in het werk, dan hebben we te maken met een verzamelwerk ( infra nr. 200 et seq. ).
Zijn er twee of meer coauteurs, dan moeten van ieder van hen de familienaam en de initialen van de opgegeven voornamen in de referentie worden vermeld. De namen van de coauteurs worden bij voorkeur gescheiden door komma’s, de laatste twee door het woordje ‘en’. Dit laatste geldt ook wanneer er slechts twee auteurs zijn. Ook als het aantal auteurs erg groot is, worden in een bibliografie en in een eerste voetnootvermelding alle namen opgenomen. Wanneer er meer dan drie auteurs zijn, kan vanaf een tweede vermelding in een voetnoot worden volstaan met de naam van de eerste auteur, gevolgd door de vermelding ‘ et al.’
- Alen, A. en Dujardin, J., Casebook Belgisch administratief recht, Brussel, Story-Scientia, 1991, 734 p. [bibliografie]
- F. Gorlé, G. Bourgeois, H. Bocken en K. Lemmens, Rechtsvergelijking, Mechelen, Kluwer, 2007, 135. [eerste voetnootvermelding]
- F. Gorlé et al., Rechtsvergelijking, 135. [vanaf de tweede voetnootvermelding]
170. Is de auteur geen fysieke persoon, dan wordt de auteursnaam vervangen door de naam van de rechtspersoon, de instelling, de groepering... Is ook die niet voorhanden, dan vervangt een X de auteursnaam.
- Vlaamse Ombudsdienst, Jaarverslag 2006, Brussel, Vlaamse Ombudsdienst, 2007, 279 p.
- De ombudsman bij de NMBS-groep, Jaarverslag 2006, www.b-rail.be/ombudsman/N/files/JAARVERSLAG2006.pdf.
- X, Gids voor sociale reglementeringen in de onderneming, Mechelen, Kluwer, 2007 (cd-rom).
171. In geval van herwerking of aanvulling van een boek door één of meer andere auteurs worden bij referentie aan dit nieuwe werk ook de nieuwe auteurs vermeld.
- Ronse, J., De Wilde, L., Claeys, A. en Mallems, I., Schade en schadeloosstelling, I in APR, Gent, Story-Scientia, 1984, 411 p. [bibliografie]
- A. Mast, J. Dujardin, M. Van Damme en J. Vande Lanotte, Overzicht van het Belgisch administratief recht, Mechelen, Kluwer, 2006, 614-615. [voetnoot]
2.3.1.1.3. Verschillende delen en banden
172. Wanneer wordt verwezen naar een werk dat uit verschillende boekdelen bestaat, kan de referentie in een bibliografie of in een voetnoot betrekking hebben op het gehele werk of enkel op één of meer delen ervan.
Bij een referentie aan het hele werk, wordt het aantal delen in Romeinse cijfers aangeduid, gevolgd door de afkorting ‘dln.’
- Gerlo, J., Personen- en familierecht, III dln., Brussel, Story-Scientia, 1991, 499 p.
173. Verwijst men daarentegen naar één of meerdere welbepaalde delen van het werk, dan volstaat een Romeins cijfer, zonder verdere aanduiding.
- Baeteman, G., Personen- en gezinsrecht, II, Antwerpen, Kluwer, 1992, 509 p.
Draagt ieder deel een afzonderlijke titel, dan wordt die best na het Romeinse cijfer worden aangehaald.
- De Page, H. en Masson, I., Traité élémentaire de droit civil belge, II, Les personnes, Brussel, Bruylant, 1990, 641 p.
174. Wanneer de auteur een bepaald deel van zijn werk nog eens opdeelt in verschillende banden, dan gebeurt de aanduiding van één welbepaalde band door middel van een Arabisch cijfer. Deel en band worden gescheiden door een schuine streep.
- H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, VII/1, Brussel, Bruylant, 1962, 892.
2.3.1.1.4. Plaats, uitgever en jaar van publicatie
175. Wanneer een werk in verschillende (Belgische) plaatsen is uitgegeven, wordt alleen de eerste in het boek vermelde plaatsnaam weergegeven.
- Colle, P., Algemene beginselen van het Belgisch verzekeringsrecht, Brussel, Bruylant, 1994, 147 p.
Als een uitgever zowel in het binnen- als in het buitenland het werk uitgeeft, dan gaat de voorkeur uit naar de Belgische plaatsnaam, in haar Nederlandse vertaling waar mogelijk.
- Berckmans, P., De Vocht, C. en Van Houtte, J., Adoptie. Een rechtssociologische benadering, Antwerpen, De Sikkel, 1981, 174 p.
Wanneer geen plaats van uitgave is opgegeven, wordt dit in de referentie bij voorkeur aangeduid door de letters ‘ s.l. ’ ( sine loco ).
176. Om het opzoeken van een boek voor de lezer te vergemakkelijken, is vermelding van de uitgever in de referentie noodzakelijk. Die mag eventueel worden ingekort, bv. ‘Maklu’ i.p.v. ‘Maklu uitgevers’ of ‘Kluwer’ i.p.v. ‘Kluwer Rechtswetenschappen België’.
Wanneer een werk twee of meer uitgevers heeft, wordt enkel de eerst vermelde van die uitgevers of minstens de Belgische in de referentie vermeld.
177. De aanduiding van het jaar van uitgave van het boek maakt een verwijzing naar de druk of uitgave overbodig. Verwijzingsmoeilijkheden kunnen zich voordoen wanneer een werk uit verschillende boekdelen bestaat en deze delen in verschillende jaren werden gepubliceerd. Betreft de referentie het volledige werk, dan kan men ofwel verwijzen naar de jaartallen van het eerste en het laatste deel, ofwel de publicatiedatum voor ieder deel afzonderlijk vermelden. Dat laatste geniet de voorkeur wanneer de verschillende delen niet in chronologische volgorde het licht zagen.
In verband met de tweede referentiewijze wordt nog aangestipt dat de publicatiedatum en het totaal aantal bladzijden, kolommen of nummers, bij wijze van uitzondering onmiddellijk na de aanduiding van het desbetreffende deel worden geplaatst, en dus voor de vermelding van plaats en uitgever.
- Gerlo, J., Handboek voor familierecht, II dln., Brugge, die Keure, 2003-04.
- Gerlo, J., Handboek voor familierecht, I, Personen- en familierecht, 2003, 359 p., II, Huwelijksvermogensrecht, 2004, 344 p., Brugge, die Keure.
Heeft de referentie slechts betrekking op één bepaald deel van het werk, dan wordt uiteraard alleen het publicatiejaar van dat deel geciteerd.
- Gerlo, J., Handboek voor familierecht, I, Personen- en familierecht, Brugge, die Keure, 2003, 359 p.
Wanneer geen jaar van uitgave in het boek is vermeld, wordt dit in de verwijzing bij voorkeur aangeduid door de letters ‘ s.d. ’ ( sine dato ).
178. Wanneer in het boek noch de plaats noch de datum van uitgave zijn vermeld, dan wordt dit in de verwijzing bij voorkeur aangeduid door ‘ s.l.n.d. ’ ( sine loco nec dato ).
2.3.1.1.5. Pagina’s, kolommen en randnummers
179. Wordt in een bibliografie verwezen naar een boekwerk of wordt in een voetnoot gerefereerd aan het boek als dusdanig, dan wordt het totaal aantal bladzijden of kolommen van het werk opgegeven in Arabische cijfers gevolgd door de aanduiding ‘p.’ voor het aantal bladzijden en ‘k.’ voor de kolommen.
- Van Den Wijngaert, C., De uitleveringsexceptie voor politieke misdrijven, Brussel, VUB, s.d., 483 p.
Ook hier kunnen moeilijkheden rijzen wanneer het boekwerk uit verschillende delen bestaat. Indien de paginering over de verschillende delen doorloopt, wordt enkel het totaal aantal bladzijden vermeld.
- Van Houtte, J., Beginselen van het Belgisch belastingrecht, II dln., Gent, Story-Scientia, 1966, 793 p.
Indien de paginering niet doorloopt, wordt elke referentie aan het totaal aantal bladzijden weggelaten.
- Dekkers, R., Précis de droit civil belge, III dln., Brussel, Bruylant, 1954-55.
Heeft de referentie slechts betrekking op een bepaald deel van het werk, dan wordt uiteraard alleen het totaal aantal bladzijden van dat deel geciteerd.
180. Indien in een voetnoot wordt verwezen naar een specifieke passage, volstaat de vermelding van de desbetreffende bladzijden of kolommen in Arabische cijfers zonder verdere aanduiding zoals ‘p.’ of ‘k.’
- S. Van Crombrugge, Beginselen van de vennootschapsbelasting, Kalmthout, Biblo, 2003, 168.
181. Wanneer naar een passage in een boekwerk wordt verwezen die voorzien is van zowel een paginering als een randnummering, wordt bij voorkeur naar beide verwezen. De verwijzing naar de pagina komt voor de verwijzing naar het nummer. Eventueel kan men ook volstaan met het meest relevante gegeven. Vooral bij verwijzingen naar websites is het randnummer dan het meest aangewezen.
- M. Storme en M. Maresceau, Europese rechtspleging en rechtspraak, Gent, Story-Scientia, 1979, 54, nr. 86 en 98, nr. 144.
- L. Cornelis, Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, 714, nr. 566.
- M.E. Storme, Rechtsvorming en rechtspraak in Europees verband, http://webh01.ua.ac.be/storme/, nr. 59bis.
182. Het kan nuttig zijn om bij verwijzing naar een nummer in een boek ook melding te maken van de eventuele onderverdelingen van dit nummer.
- H. De Page en R. Dekkers, Traité, IV, nr. 207, litt. C.
2.3.1.1.6. Lettertekens, cijfers en interpunctie
183. Inzake lettertekens en cijfers gelden de volgende richtlijnen:
- familienaam en de initialen van de voornamen van de auteur(s) in kleine kapitalen (met grote kapitalen voor de hoofdletters);
- titel van het boekwerk in gewone letters en gecursiveerd waar mogelijk, anders onderstreept;
- delen in Romeinse cijfers en banden in Arabische cijfers.
184. Alle in een verwijzing voorkomende elementen worden door komma’s van elkaar gescheiden. Er staat echter geen komma tussen de initialen van de voornaam en de familienaam van de auteur (voetnoten) maar wel andersom (bibliografie).
- Storme, M., Algemene inleiding tot het recht, Antwerpen, Kluwer, 1990, 390 p.
- A. Bertouille en L. Spaute, De nieuwe tuchtregeling van het gemeentepersoneel, Heule, UGA, 1993, 53-54.
185. Verwijzingen naar verschillende boeken, tijdschriftartikelen etc. worden onderling gescheiden door een kommapunt.
- L. Cornelis, Beginselen van het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Maklu, 1989, 89-90; W. De Bondt, De gekwalificeerde benadeling, Antwerpen, Kluwer, 1985, 164.
2.3.1.2. Bijdragen in tijdschriften
2.3.1.2.1. Algemeen
186. In een referentie aan een tijdschriftartikel in een bibliografie worden de volgende gegevens in de aangegeven volgorde vermeld.
- i. familienaam van de auteur(s) in kleine kapitalen (met grote kapitalen voor de hoofdletters);
- ii. initialen van de opgegeven voornamen van de auteur gevolgd door een punt;
- iii. volledige titel van de bijdrage tussen dubbele aanhalingstekens;
- iv. afgekorte titel van het tijdschrift waarin de bijdrage verscheen ( cf. www.rechtsaf.be);
- v. jaargang (dit is het jaartal van het burgerlijke jaar, eventueel beide jaartallen van een werkjaar, en niet het volume of de aflevering binnen een jaargang);
- vi. begin- en eindbladzijde (of kolom) van de bijdrage.
De elementen worden gescheiden door komma’s, behalve tussen de afgekorte tijdschrifttitel en de jaargang waar geen leesteken staat.
- Schrans, G., “De progressieve totstandkoming der contracten”, TPR 1984, 1-32.
187. In een voetnoot bevat de verwijzing naar een tijdschriftartikel dezelfde gegevens, met dien verstande dat de initialen van de voornaam vóór de familienaam komen.
- G. Schrans, “De progressieve totstandkoming der contracten”, TPR 1984, 1-32.
Wil men echter naar een welbepaalde passus in het artikel verwijzen, dan worden in plaats van de begin- en eindbladzijde de volgende gegevens vermeld:
- beginbladzijde (of - kolom) van het artikel tussen haakjes;
- begin- en eindbladzijde (-kolom of - nummer) van de bedoelde passus in het artikel.
- G. Schrans, “De progressieve totstandkoming der contracten”, TPR 1984, (1) 3-7.
2.3.1.2.2. Verschillende en anonieme auteurs
188. Zijn er twee of meer coauteurs van een tijdschriftartikel, dan moeten van elk van hen de familienaam en de initialen van de opgegeven voornamen worden vermeld. De namen van de verschillende coauteurs worden gescheiden door komma’s, de laatste twee namen door het woordje ‘en’. Dit laatste geldt ook wanneer er slechts twee auteurs zijn.
- Herbots, J. en Meulemans, D., “De expertises in het kader van de woningbouwwet. De verplichte en facultatieve tussenkomst van een architect”, DCCR 1994-95, 102- 119.
Bij een anoniem tijdschriftartikel wordt in de plaats van de auteursnaam ‘X’ vermeld.
- X, “Aansprakelijkheid en verzekering van de architect”, De Verz. 1990, 5-12.
- X, “A propos de la responsabilité des constructeurs”, JT 1991, 35.
2.3.1.2.3. Vindplaats
189. Is een artikel in twee of meer afleveringen van een tijdschrift afgedrukt, dan worden de begin- en eindbladzijde van alle gedeelten opgegeven. Zo nodig worden ook de verschillende jaargangen aangeduid met herhaling van de afkorting van het tijdschrift.
- Van Ommeslaghe, P., “Les sociétés commerciales. Examen de jurisprudence (1979-1990)”, RCJB 1992, 573-708, RCJB 1993, 639-824 en RCJB 1994, 733-820.
190. De vermelding van de nummers of afleveringen is overbodig als de paginering gewoon doorloopt over de jaargang heen. In dat geval dient enkel het jaartal van de jaargang te worden vermeld. Heeft echter elke tijdschriftaflevering een eigen paginering, dan dient het nummer van die aflevering te worden vermeld en dit onmiddellijk na de aanduiding van de jaargang. Men gebruikt de afkorting ‘afl.’ gevolgd door het desbetreffende nummer.
- Matthijs, J., “Sommige recente problemen van medische aansprakelijkheid in België”, Vl.T.Gez. 1980-81, afl. 2, 2-8.
In uitzonderlijke gevallen is het aangewezen ook de datum van de aflevering te vermelden (na het nummer van de aflevering). Zeker als de aflevering geen nummer heeft, wordt de datum vermeld (bv. kranten).
- M. Vidal, “Hete zomer op de Noordpool”, Juristenkrant, afl. 153, 12 september 2007, 3.
191. De verwijzingsregels voor gedrukte tijdschriften gelden ook voor onlinetijdschriften, met toevoeging van de URL.
- Meeusen, J., “Het arrest Inspire Art: het Hof van Justitie bevestigt zijn liberale benadering van de communautaire vestigingsvrijheid van vennootschappen”, Tijdschrift@ipr.be 2004, www.ipr.be, 122-125.
2.3.1.2.4. Pagina’s, kolommen en randnummers
192. Wat de aanduiding van bladzijden, kolommen en/of nummers betreft, gelden mutatis mutandis dezelfde regels als voor de referenties aan rechtspraak en aan boekwerken. Ook in tijdschriftverwijzingen worden de afkortingen ‘k.’ en ‘p.’ steeds weggelaten.
193. Sommige publicaties gebruiken een nummer om de onderscheiden bijdragen aan te geven. Binnen elk nummer volgt dan een paginering. In die gevallen komt de verwijzing naar het nummer voor de verwijzing naar de pagina.
Uitzonderlijk verwijst hetzelfde nummer naar de twee bedrukte zijden van een blad of folio. In dat geval kan de referentie aan de pagina worden aangevuld met de aanduiding ‘recto’ (‘r°’) of ‘verso’ (‘v°’) al naargelang men de voorzijde of de keerzijde bedoelt.
- A. Van Oevelen, “De aansprakelijkheid jegens psychisch gehandicapten”, RGAR 1980, nr. 10.151, 7 r°.
2.3.1.2.5. Annotaties van rechtspraak
194. Noten bij rechtspraak worden geciteerd als rechtsliteratuur, met de expliciete vermelding ‘noot onder’. De verwijzingen geschieden in beginsel op dezelfde wijze als die naar tijdschriftartikelen. De beginpagina is de eerste pagina van de noot (niet van het arrest).
Wanneer de naam van de auteur en de titel van de annotatie voorhanden zijn, dan worden beide vermeld. De aanduiding van de rechterlijke uitspraak waarbij de noot werd geschreven, wordt dan tussen haakjes geplaatst na de titel van de noot.
- Declercq, R., “Motiveringsgebrek in het bevel tot aanhouding” (noot onder Cass. 23 juni 1994), RW 1994-95, 402-405.
Betreft het een noot zonder titel maar met vermelding van de naam van de auteur, dan wordt de referentie als volgt opgesteld:
- Senaeve, P., noot onder Antwerpen 21 februari 1979, RW 1978-79, 2328.
Hetzelfde geldt indien de noot slechts met de initialen van de auteur is ondertekend.
- L.V.G., noot onder Cass. 27 september 1993, De Verz. 1994, 53.
Is de noot niet ondertekend, dan wordt de aanduiding ‘X’ gebruikt, zowel in de bibliografie als in de voetnoot.
- X, noot onder Antwerpen 27 juni 1975, RW 1975-76, 1892.
Het woord ‘noot’ wordt niet afgekort.
2.3.1.2.6. Lettertekens, cijfers en interpunctie
195. Inzake lettertekens en cijfers gelden de volgende richtlijnen:
- de familienaam en de initialen van de voornamen van de auteur(s) in kleine kapitalen (en grote kapitalen voor de hoofdletters);
- de titel van het tijdschriftartikel tussen dubbele aanhalingstekens;
- de titel van het tijdschrift waarin het artikel werd gepubliceerd, gecursiveerd waar mogelijk, in handgeschreven teksten onderstreept;
- de jaargang van het tijdschrift in Arabische cijfers. Wanneer een jaargang een gedeelte van twee burgerlijke jaren in eenzelfde eeuw bestrijkt, dan wordt de eeuw slechts bij het eerste jaartal aangeduid;
- bladzijden, kolommen en/of nummers in Arabische cijfers.
- Adams, M., “Een rechtstheoretische glosse bij artikel 6 van het Gerechtelijk Wetboek”, RW 1994-95, 1087-1089.
- Laenens, J., “De doorwerking van het Europees gemeenschapsrecht in het procesrecht”, RW 1995-96, 1172-1179.
196. Alle in de verwijzing voorkomende elementen worden door komma’s gescheiden, met volgende uitzonderingen:
- geen komma tussen de initialen van de voornaam en de familienaam van de auteur (voetnoten) maar wel andersom (bibliografie);
- geen komma na de afkorting van het tijdschrift;
- geen komma na de tussen haakjes vermelde beginpagina van het artikel;
- geen komma voor de vermelding betreffende de noot, als het een noot met titel betreft.
- A. Vasteravendts, “Reserve en beschikbaar deel”, TPR 1985, (471) 488-490.
- R. Van Ransbeeck, “Iedere borg zijn deel...maar dan volgens artikel 2033 van het Burgerlijk Wetboek” (noot onder Cass. 29 oktober 1999), RW 1999-2000, (220) 221.
197. De verschillende referenties aan boeken, tijdschriftartikelen etc. worden onderling gescheiden door een kommapunt.
- H. Casman, Notarieel familierecht, Gent, Mys & Breesch, 1991, 693; A. Vasteravendts, “Reserve en beschikbaar deel”, TPR 1985, (471) 488-490.
198. Uitzonderlijk wordt een zelfde artikel in verschillende tijdschriften gepubliceerd. In dat geval kan het nuttig zijn om verschillende vindplaatsen van ditzelfde artikel aan te halen, bv. om het opzoekingswerk van de lezer te vergemakkelijken. De verwijzingen naar die verschillende vindplaatsen worden dan onderling gescheiden door komma’s. Voor de laatste twee referenties gebeurt dit door het woordje ‘en’. Dit laatste geldt ook wanneer er slechts twee vindplaatsen worden opgegeven.
- Van Ommeslaghe, P., “La responsabilité des professionnels de la comptabilité et de la révision comptable”, St.Acc.Bedr. 1981, afl. 1, 25-70 en Rev.b.compt. 1981, afl. 1, 25-70.
2.3.1.2.7. Bijdragen zonder titel
199. In een bibliografie kan een bijdrage zonder titel aangeduid worden met een omschrijving die zelf bedacht werd om de inhoud te omschrijven en die in de plaats komt van de titel. Het moet wel duidelijk zijn dat de titel zelf bedacht werd, door het gebruik van vierkante haken.
- Adonnino, P., [“Règles de non-discrimination en matière d’imposition internationale. Rapport général”], Cah.dr.fisc.intern. 1993, afl. 78b, 73-130.
2.3.1.3. Verzamelwerken en reeksen
2.3.1.3.1. Begrip
200. Verzamelwerken zijn werken waarin verschillende auteurs ieder afzonderlijk een welbepaalde bijdrage hebben gepubliceerd. Het gaat m.a.w. niet om coauteurs van één coherent werk ( supra nr. 169). Deze werken zijn te onderscheiden van tijdschriften door hun niet-periodiek karakter. Voorbeelden van verzamelwerken zijn encyclopedische publicaties, zoals de Répertoire pratique du droit belge, feestbundels, libri amicorum, boeken waarin congresverslagen of handelingen van studiedagen zijn gepubliceerd, boeken waarin elke auteur een bepaald hoofdstuk heeft geschreven etc.
Bij verwijzingen naar deze werken, moet een onderscheid worden gemaakt naargelang wordt gerefereerd aan het verzamelwerk als dusdanig dan wel aan een bepaalde bijdrage erin.
Algemeen kan men stellen dat referenties aan verzamelwerken geredigeerd worden zoals verwijzingen naar boeken en referenties naar de bijdragen in verzamelwerken zoals tijdschriftartikelen.
2.3.1.3.2. Verwijzing naar het verzamelwerk
201. Een verwijzing naar een verzamelwerk als dusdanig in een bibliografie of in een voetnoot is analoog aan die naar een boek, met dien verstande dat de naam van de editor in de plaats komt van de naam van de auteur, gevolgd door de vermelding (tussen haakjes) van de afkorting ‘ed.’ of, indien er meerdere editors zijn, ‘eds.’
- Taeymans, M. (ed.), Defederalisering van Justitie, Brussel, Larcier, 2003, vi+142 p.
202. Wanneer op het titelblad van het verzamelwerk als editor geen naam van een fysiek persoon wordt opgegeven, maar een instelling of vereniging, dan wordt die als ‘editor’ vermeld.
- Vlaams Pleitgenootschap bij de Balie te Brussel (ed.), Schuldeisers en ondernemingen in moeilijkheden, Kalmthout, Biblo, 1994, 228 p.
203. Wanneer het verzamelwerk meerdere editors heeft, worden zij allen vermeld in de volgorde waarin zij op het werk voorkomen. Ook als het aantal editors erg groot is, worden in een bibliografie en in een eerste voetnootvermelding alle namen opgenomen. Wanneer er meer dan drie editors zijn, kan vanaf een tweede vermelding in een voetnoot worden volstaan met de naam van de eerste editor, gevolgd door de vermelding ‘ et al.’
- A. Arts, I. Verougstraete, R. Andersen, G. Suetens-Bourgeois, M.-F. Rigaux, R. Ryckeboer en A. De Wolf(eds.), De verhouding tussen het Arbitragehof, de Rechterlijke Macht en de Raad van State, Brugge, die Keure, 2006, 394 p. [eerste vermelding]
- A. Arts et al. (eds.), De verhouding tussen het Arbitragehof, de Rechterlijke Macht en de Raad van State, Brugge, die Keure, 2006, 394 p. [vanaf tweede vermelding]
204. Wanneer geen persoon of instelling als editor van het verzamelwerk wordt opgegeven, worden de auteurs van de individuele bijdragen vermeld, zo nodig met de vermelding ‘ et al. ’ Er wordt geen gebruik gemaakt van de vermelding X als editor.
- Taels, J., Vanheeswijck, G., Reynaert, P., Braeckmans, L., Weyns, W., Dijon, X., Velaers, J., Nys, H., Kempen, M., Van Slycken, L., Van Oevelen, A., De Boeck, A., Vanheule, D., Adams, M., Cuypers, D., De Doncker, A., Van Neste, F. en Tanghe, F., Over zichzelf beschikken? Juridische en ethische bijdragen over het leven, het lichaam en de dood, Antwerpen, Maklu, 1996, 628 p.
205. Verwijzingen zoals ‘redactie’ (‘red.’) of ‘o.l.v.’ kunnen geïnterpreteerd worden als ‘editor’.
206. Als het verzamelwerk losbladig is, wordt het jaartal van publicatie vervangen door ‘losbl.’
2.3.1.3.3. Verwijzing naar een bijdrage in een verzamelwerk
207. Bij verwijzing in een bibliografie of in een voetnoot naar een bijdrage in een verzamelwerk worden de volgende gegevens in de aangeduide volgorde vermeld:
- i. familienaam van de auteur van de bijdrage in kleine kapitalen (met grote kapitalen voor de hoofdletters);
- ii. initialen van de opgegeven voornamen van die auteur (in kapitalen) (voor voetnoten eerst initialen en dan familienaam);
- iii. volledige titel van de bijdrage (tussen dubbele aanhalingstekens);
- iv. het woordje ‘in’;
- v. gegevens van de editor (naar analogie met de auteur van een boek);
- vi. volledige titel van het verzamelwerk (cursief, onderstreept in een handgeschreven tekst) evenals de andere gegevens die ook bij de verwijzing naar een boek ( supra ) moeten worden vermeld;
- vii. aanduiding van de begin- en eindpagina of, bij verwijzing naar een passus, de beginpagina van de bijdrage tussen haakjes en de pagina’s waarnaar wordt verwezen.
- J. Put en S. Renette, “Toepassingsgebied RSZ-Wet en bijdrageregeling in de rechtspraak van het Arbitragehof” in R. Janvier, A. Van Regenmortel en V. Vervliet (eds.), Het Arbitragehof en de sociale zekerheid, Brugge, die Keure, 2004, (41) 51. [voetnoot]
- Put, J. en Renette, S., “Toepassingsgebied RSZ-Wet en bijdrageregeling in de rechtspraak van het Arbitragehof” in R. Janvier, A. Van Regenmortel en V. Vervliet (eds.), Het Arbitragehof en de sociale zekerheid, Brugge, die Keure, 2004, 41-90. [bibliografie]
- D. Cuypers, “Lichaam en zelfbeschikking in het sociaal recht” in J. Taels et al., Over zichzelf beschikken? Juridische en ethische bijdragen over het leven, het lichaam en de dood, Antwerpen, Maklu, 1996, 417-442. [tweede vermelding]
208. Bij de verwijzing naar een concrete bijdrage in een losbladig verzamelwerk, verdient het aanbeveling het publicatiejaar van de gebruikte bijdrage te vermelden.
2.3.1.3.4. Interpunctie
209. Alle elementen van een verwijzing worden bij voorkeur door komma’s van elkaar gescheiden. Er staat echter geen komma tussen de initialen van de voornaam en de familienaam (in die volgorde), noch voor of na het woord ‘in’.
210. De trefwoorden in een verzamelwerk worden voorafgegaan door het woord ‘ verbo ’ (of de afkorting ‘ v° ’) en worden gecursiveerd waar mogelijk, in handgeschreven teksten onderstreept.
- RPDB , v° Assurances terrestres , nrs. 118- 119.
- RPDB , Compl. V, v° Filiation adoptive , nr. 4.
2.3.1.3.5. Reeksen
211. Een reeks is een aantal afzonderlijke werken onder gemeenschappelijke benaming gepubliceerd, zoals de Algemene Praktische Rechtsverzameling , de Beginselen van het Belgisch privaatrecht of het Répertoire notarial. De vermelding van de reeks is volledig facultatief. Indien men ze wenst te vermelden, gebeurt dit op dezelfde wijze als voor bijdragen in een verzamelwerk ( supra nr. 207). Het woord ‘in’ wordt in dit geval gevolgd door de naam van de reeks. De editor van de reeks zelf wordt nooit vermeld.
- J. Petit, Kort geding: eenzijdig verzoekschrift in arbeidsgerechten en sociaal procesrecht in APR, Gent, Story-Scientia, 1980, nr. 421-428.
- Van Neste, F., Zakenrecht, I, Goederen, bezit en eigendom in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Gent, Story-Scientia, 1990, 507 p.
2.3.1.4. Doctoraatsproefschriften, verhandelingen, masterproeven, scripties ...
212. Bij voorkeur wordt verwezen naar de handelseditie van een doctoraatsproefschrift. Indien men toch verwijst naar de originele versie of bij verwijzingen naar ongepubliceerde proefschriften, thesissen, masterproeven of scripties vermeldt men na auteur en titel:
- ‘onuitg.’;
- aard van het werk;
- opleiding waarbinnen het werk werd geschreven;
- universiteit;
- jaartal(len);
- aantal bladzijden of specifiek bedoelde passage.
- Geens, K., Het vrij beroep, onuitg. doctoraatsthesis Rechten K.U.Leuven, 1986, xx+640 p.
- Creemers, B., Het internet als huwelijksbureau. Datingsites in België: een onderzoek, licentiescriptie Communicatiewetenschappen K.U.Leuven, 2004-05, www.ethesis.net.
2.3.2. Volgorde van de verschillende referenties
2.3.2.1. Bibliografie
2.3.2.1.1. Algemeen
213. In een bibliografie worden de werken alfabetisch, volgens de familienamen van de auteurs, gerangschikt met een komma tussen de familienaam en de eerste letter van de voornaam. Een onderverdeling van de bibliografie naargelang het boekwerken of tijdschriftartikelen betreft, kan nuttig zijn.
- Cornelis, L., Beginselen van het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Maklu, 1989, 744 p.
- Vandeur, M., Schadeloosstelling volgens gemeen recht, Brussel, Ced. Samsom, 1980, 220 p.
214. Verwijzingen naar auteurs van wie de naam begint met een voorvoegsel (van, de etc.) moeten steeds alfabetisch worden gerangschikt volgens de eerste letter van het voorvoegsel. Zo staat een werk van Walter Van Gerven onder de V en niet onder de G. Adellijke titels worden niet vermeld.
215. Ontbreekt de naam van de auteur, dan wordt deze anonieme publicatie in een bibliografie alfabetisch gerangschikt op grond van de letter X onder de auteurs en vervolgens verder gerangschikt in alfabetische volgorde volgens de titels van de werken.
- X, “Behoort de R.V. tot de belastbare grondslag van een beleggingsvennootschap?”, Fiskoloog 1991, afl. 133, 6.
- X, “De fiscale rentree”, Fisc.Koerier 1991, 365.
216. Zijn in een bibliografie meerdere boeken of artikelen van dezelfde auteur opgenomen, dan worden deze werken alfabetisch volgens de titels of chronologisch gerangschikt. De naam van de auteur wordt telkens herhaald.
- Alen, A., Algemene beginselen en grondslagen van het Belgisch publiek recht, Brussel, Story-Scientia, 1988, 536 p.
- Alen, A., Rechter en bestuur in het Belgisch publiek recht, Antwerpen, Kluwer, 1984, 928 p.
2.3.2.1.2. Verschillende auteurs
217. Werken die gezamenlijk zijn geschreven door verschillende auteurs zonder dat aan één van hen een welbepaald deel van het werk kan worden toegeschreven, worden geciteerd door de namen van alle auteurs te vermelden in volgorde voorkomend in het desbetreffende boek of werk. De verwijzingen naar deze werken worden alfabetisch geklasseerd volgens de familienaam van de eerste auteur.
- Van Ryn, J. en Heenen, J., Principes de droit commercial, IV, Brussel, Bruylant, 1988, 593 p.
2.3.2.1.3. Verzamelwerken en reeksen
218. Bij verwijzingen naar verzamelwerken wordt eerst de naam van de editor vermeld, gevolgd door (ed.). Deze verwijzingen worden alfabetisch geklasseerd volgens die naam. Wanneer het verzamelwerk meerdere editors heeft, worden zij allen vermeld in de volgorde waarin zij op het werk voorkomen. Wanneer het verzamelwerk geen editor heeft, worden de namen van de auteurs vermeld. Er wordt geen gebruik gemaakt van de vermelding ‘X’ als editor.
219. Verwijzingen naar bijdragen in verzamelwerken of boeken die tot een reeks behoren, worden gerangschikt volgens de familienamen van de auteurs van die bijdragen of boeken.
2.3.2.2. Voetnoten
220. In een voetnoot worden de referenties aan de rechtsleer naar keuze van de auteur geschikt (alfabetisch, chronologisch of volgens het gezag). Het gekozen systeem moet binnen het werk wel consequent worden voortgezet.
221. De initialen van de voornaam worden, in tegenstelling met wat het geval is in een bibliografie, vóór de familienaam geplaatst.
- R. Kruithof, H. Bocken, F. De Ly en B. De Temmerman, “Overzicht van rechtspraak (1981-1992). Verbintenissen”, TPR 1994, (171) 322-323, nr. 105; L. Vael, Privaatrechtelijke veinzing, Antwerpen, Kluwer, 1996, 105-106, nr. 95; A. Van Oevelen, “Een verkoopovereenkomst met een ongeoorloofd voorwerp en een ongeoorloofde prijs” in B. Tilleman en P.-A. Foriers (eds.), De koop/La vente, Brugge, die Keure, 2002, 9, nr. 11.
222. In voetnoten worden anonieme boeken, anonieme artikelen of anonieme noten eveneens aangeduid met X.
- X, “Conduite d’un véhicule autre que le véhicule désigné” (noot onder Luik 14 december 1983), Jur.Liège 1984, 77.
223. Voor het overige gelden dezelfde regels als voor een bibliografie ( supra nr. 213 et seq.).
2.3.3. Herhaling van verwijzingen
224. Wanneer in een werk wordt verwezen naar een reeds eerder aangehaald boek of artikel van een auteur, wordt de referentie aan dit werk volledig hernomen. Indien werken frequent worden geciteerd, kan men gebruik maken van een verkorte citeerwijze bestaande uit enkele woorden uit de titel. Daarbij heeft men de keuze tussen:
- Het hanteren van een bibliografie vooraan of achteraan in het werk waarin de volledige verwijzing is opgenomen;
- H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, II, Brussel, Bruylant, 1964, 1196 p.
- Het aangeven van een verkorte citeerwijze in de eerste verwijzing in voetnoot waarnaar nadien zal worden verwezen.
- H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, II, Brussel, Bruylant, 1964, 1196 p. (hierna verkort H. De Page en R. Dekkers, Traité ).
Een latere verwijzing met kruisverwijzing zal er dan zo uitzien:
- H. De Page en R. Dekkers, Traité, supra noot 1, 456.
Het gebruik van ‘ o.c. ’ ( opus citatum, opere citato ), ‘ l.c. ’ ( locus citatus, loco citato ) of ‘ idem ’ wordt afgeraden.
225. Het woordje ‘ passim ’ mag niet worden gebruikt. Het betekent immers ‘hier en daar’, wat als verwijzing onnauwkeurig en dus wetenschappelijk onverantwoord is.
2.3.4. Buitenlandse rechtsleer
226. Voor verwijzing naar buitenlandse rechtsleer wordt dezelfde methode gebruikt als voor Belgische rechtsleer. Plaatsnamen worden vernederlandst.
- Laghmani, S., Histoire du droit des gens du jus gentium impérial au jus publicum europaeum, Parijs, Pedone, 2003, 249 p.
- Schild, W., Bilder von Recht und Gerechtigkeit, Keulen, Dumont, 1995, 271 p.